Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn er wel Boeddhistische monniken, die dienst doen in een Sjintotempel.

Toen echter sedert 1868 de keizer zijn oude macht, waaruit hij vrijwel verdrongen was, hernomen had, heeft het Sjinto een opleving gekend, die zich o.a. uitte in een reactie tegen het Boeddhisme. Waarschijnlijk staat het hiermee in verband, dat in 1873 de lijkverbranding verboden werd. De reactie was echter kort van duur en het verbod stuitte op zoveel tegenstand, dat het reeds in 1875 weer werd opgeheven. Sedert is de crematie sterk toegenomen, o.a. door uit Europa overgenomen denkbeelden van hygiënische aard. Slachtoffers van cholera en dergelijke besmettelijke ziekten móeten zelfs verbrand worden. Uit de gegevens van kort vóór de Tweede Wereldoorlog blijkt, dat ongeveer de helft van de lijkbezorgingen geschiedt door verbranding.

De oude wijze van crematie was al heel eenvoudig. In houten loodsen met een cementen of aarden vloer waren kuilen gemaakt, waarin houtblokken lagen, waarop de dode werd neergelegd, alnaar de klasse in een kist of slechts gehuld in een mat. 's Avonds werd in de kuil een vuur aangemaakt, dat geregeld door de employé's met gespleten bamboe en met behulp van waaiers werd onderhouden. Een dichte rook vulde de loodsen, maar vond toch een uitweg door een aantal schoorstenen. Door de omwonenden werd veel geklaagd over de stank, die deze primitieve verbrandingsovens verspreidden. De oorzaak scheen vooral te liggen in het uiterst zuinige gebruik van brandstof.

In de laatste tijd zijn bij de grote steden modern ingerichte crematoria gebouwd, maar ook hier geschiedt de verbranding in een open vuur. In de kleine plaatsen verschilt de inrichting nog weinig van de hierboven beschrevene. De kosten zijn bizonder laag. Zelfs voor een crematie 1 e klasse bedragen ze hoogstens 15 yen.

De dag volgende op de nachtelijke crematie worden door de familie de beenderen, voorzover ze niet verpulverd zijn, afgehaald en in een urn geborgen. De urn wordt in de grond bijgezet.

Zowel ingeval van begrafenis als van crematie hebben vooraf plechtigheden plaats. Het gebruikelijke weeklagen onmiddellijk na het overlijden wordt gevolgd door een offer. Veelal wordt de dode in een tobbe-vormige kist gezet in zittende houding met gekruiste benen, maar er worden ook ligkisten gebruikt. De baar en de twee houten tafeltjes, waarop de naam van den dode staat, worden naar de tempel gedragen, gevolgd door de familie en belangstellenden met den oud-

Sluiten