Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de akker of in het bos, zodat wilde dieren de lichamen kunnen opgraven en verminken. Maar de familie, die het zich enigszins kan veroorloven, laat zijn doden verbranden en voert tal van ceremoniën uit voor het heil van de ziel der overledenen. Nog steeds komt het voor, dat men een stervende aan de oevers van de Ganges of een andere rivier brengt met het oog op zijn toekomstig welzijn. Het drinken van het heilige Gangeswater kan het verblijf vervangen. Dat de dood door deze handelingen verhaast wordt, spreekt vanzelf.

Wanneer een welgestelde Hindoe verbrand zal worden, verwijdert men wel de ingewanden, maakt ze schoon en vult ze met boter, waarna ze weer op hun plaats teruggebracht worden. Zulks geschiedt om de verbranding te bevorderen. Anderen hebben groot bezwaar tegen dit procédé.

Dikwijls wordt een oude koe zonder horens naar de brandstapel geleid. Hoewel in het algemeen het doden van een rund een vreselijke zonde is in de ogen van een Hindoe, wordt in sommige gevallen deze koe geslacht. Delen van het dier worden dan op het lijk gelegd, evenals de heilige voorwerpen van den dode.

Terwijl de crematie aan de gang is, worden er liederen gereciteerd. Na enige tijd gaan de aanwezigen weg zonder iemand aan te zien. Op een dag na de verbranding worden de beenderen één voor één met duim en vinger uit de as gehaald en zacht in een urn gelegd. Deze plaatst men gewoonlijk in een geul of onder boomwortels. Maar na enige tijd wordt hij weer te voorschijn gehaald en de beenderen worden uitgespreid op een bed van darbhagras, waarna ze met een doek worden bedekt. Erboven wordt een gedenkteken opgericht. Ook worden de overblijfselen wel naar de Ganges of een andere rivier gebracht.

Verschillende religieuze richtingen beoefenen twee lijkverbrandingen. Vóór de tweede worden de beenderen verpulverd en met boter vermengd. Het eigenlijke werk van de crematie wordt verricht door lieden, de „Verbranders van de Doden", die een onreine kaste vormen. Daarentegen geschiedt het vervoer naar de verbrandingsplaats door kaste-genoten. Geen personen van een lagere kaste is zulks veroorloofd, terwijl zelfs de armste Brahmaan onteerd zou worden, wanneer hij het lichaam aanraakte van iemand, die niet tot zijn kaste behoort. Al deze regels kunnen tot grote moeilijkheden aanleiding geven, wanneer iemand overlijdt op een plaats, waar geen kastegenoten van hem wonen.

De crematie geschiedt dikwijls onvolledig om zuinigheidsredenen.

Sluiten