Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral vroeger kwam het dikwijls voor, dat de „Verbranders van de Doden" het lijk slechts even roosterden en het dan in de rivier wierpen. Tegenwoordig is dit zeldzaam, doordat het Gouvernement wegens het gevaar van epidemieën zo nodig gratis brandstof ter beschikking stelt.

Droevig is het lot van de weduwe, die achterblijft. Oude vrouwen rukken haar de sieraden af en scheren haar hoofd kaal. Ze loopt voortaaan in afgedragen kleren en is assepoester in huis. Ternauwernood richt iemand het woord tot haar en van elke feestelijkheid is ze uitgesloten. Geen wonder, dat verscheidene vrouwen er vroeger de voorkeur aan gaven, zich met het lijk van haar echtgenoot te laten verbranden. Wie daartoe het voornemen te kennen gaf, werd even hevig geprezen als zij gelaakt werd, wanneer zij het leven boven de dood verkoos. Meestal stortte zij zich vóór de verbranding in een zwaard, maar het kwam ook voor, dat zij zich levend in de vlammen wierp. Bij de lagere kasten bestond de gewoonte van de suttee (weduwenverbranding) niet, al kwam ze er, in navolging van de hogere, wel voor. In 1825 heeft het Engelse Gouvernement de suttee verboden.

De slechte behandeling van weduwen drukt des te erger, omdat door de huwelijken op zeer jeugdige leeftijd er millioenen onder haar zijn, die nog niet eens de staat van rijpheid hebben bereikt. Hertrouwen mogen zij nooit, zodat ze van haar prille jeugd tot aan haar sterfbed haar zware lot moeten dragen.

In vroegere eeuwen werden bij het overlijden van een voornaam persoon ook slaven en concubinen verbrand, maar op een afzonderlijke brandstapel, afgescheiden van die van hun meester. Portugese missio-

HINDOES De verlaten, nog smeulende brandstapel.

Sluiten