is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

541

Van andere klucht- en bhjspelen, die Asseüwn nog maakte, is het voldoende den titel te noemen, namehjk Melchior baron de Ossekop (van 1691), De schoorsteenveger door liefde (van 1692), de vroeger reeds vermelde Kwakzalver (van 1692) en Gusman de Alfarache (van 1693), en eindelijk De Dobbelaar, welk stuk echter eerst in onzen tijd naar het handschrift (op de stadsbibliotheek te Haarlem) 'is gedrukt

Dat Asselijn nog altijd een goeden naam in onze litteratuur heeft behouden, dankt hij veel meer aan de beste van zijn dozijn bhjspelen en kluchten dan aan zijn half dozijn treurspelen, dat nu geheel vergeten is. Toch was hij zelf meer dan met die blijspelen ingenomen met zijne treurspelen en noemde hij „onder het gantsche beloop der Dichtkunst de treurstoffe de verheevenste" in de opdracht van zijn laatste werk, waarmee hij van het tooneel afscheid nam, zijn bijbelsch treurspel De belegering en hongersnood van Samaria van 1695. Nog zes jaar daarna heeft hij geleefd: in Juli 1701 is Thomas Asselijn ten huize van zijn zoon Lodewhk overleden.

Van Pieter Bernagie2) bezitten wij, behalve drie treurspelen en een zinnespel, waarover reeds het een en ander is opgemerkt, nog tien kluchtspelen. Met die van Asselijn komenFzij hierin overeen, dat hunne voornaamste verdienste bestaat in de aardige zedenschilderingen en dat er zelfs nog minder kunst aan de verwsikkeling in is besteed, terwijl de dichtvorm bij beide schrijverS\*zM vrij is, dat er gewoonlijk meer van berijmd proza in regels van zeer ongehjke lengte, dan van verzen sprake kan zijn. Daarentegen verschillen zij in het oog vallend van die van Asselijn doordat de taal er veel beschaafder is en er niets in voorkomt, wat ook maar eenigszins, ;aanstootehjk kan genoemd worden.

Alle kluchtspelen van Bernagie zijn van 1684 tot 1686 voor het eerst gespeeld en onder de zinspreuk „Batet quoque utilitas" uitgegeven, maar „latet" had wel „paret" mogen .luiden, want ghet nut is in het spel van Bernagie niet verscholen,; maar vertoont er zich telkens met groote duidelijkheid. De dichter-heeft de les van Hor

*j Door R. Grisard in Tijdschrift XXVIII (1909), hl. 162—205.

a) Voor hem zie men boven, bl. 475, 496, 503, 505 en verder J, A,. Worp, Dr. Pieter Bernagie in Tijdschrift III (1883) bl. 123—167. De Qaèvrouw. en Studente-leven zijn opnieuw uitg. door W. L. van Heiten in Drie kluchtspelen der zeventiende eeuw, Rott. 1871 en De belachchélyke jonker en Studente-leven zijn herdrukt door G. Velderman in „Bibliotheek van Ned. Klassieken", No. 2, Doetinchem 1882.