is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

440

voortging met verzen schrijven en, onder meer, in 1828 eene goede dichterhjke beschrijving van Zwitserland uitgaf, het schouwburgpubliek met een treurspel, Montigni, dat een buitengewonen opgang maakte, zoodat het misschien wel het voornaamste treurspel uit dezen tijd mag worden genoemd. Het was ingezonden geweest op eene tweede door het Kon. Instituut uitgeschreven prijsvraag, maar niet bekroond, omdat de stemmen der juryleden verdeeld waren geweest over dit en een ander, mij onbekend, treurspel. Zijn grooten opgang had het te danken aan de vloeiende verzen, bijzonder geschikt om met nadruk en pathos te worden uitgesproken door uitstekende kunstenaars als Snoek, die voor Montigni, Mevr. Grevelink, die voor diens echtgenoote, en Evers, die voor Don Carlos, dus in zeer pathetische rollen, speelden; en verder aan de vele uitingen van vrijheids- en vaderlandsliefde; en ook wel hieraan, dat de dichter in de voorstelling, die hij (zij het ook alleen door verhaal) van den opstand tegen Spanje gaf, zoo juist de bij het groote pubhek daarvan heerschende overlevering wist weer te geven.

Tegenover de toejuiching van het pubhek liet zich echter ook de stem der critiek hooren, maar deze moest, om voor baar afkeurend vonnis gehoor te vinden, wel luide en met nadruk spreken, zoodat de „Proeve van beoordeelende Tooneeldichtkunde, op het treurspel Montigni toegepast", die T. Olivier-Schilperoobt in 1822 uitgaf, een boek van meer dan twee honderd bladzijden is geworden. Ongemotiveerd was die critiek dus zeker niet en ook in zoover niet onbillijk, als zij opkwam tegen hen, wien het gehefde, het stuk als een modeltreurspel te prijzen.

Met de werkehjke historie is het van het begin tot het einde in strijd, niet omdat Montigni's echtgenoote hier als pelgrim vermomd te Madrid komt, want dat te fingeeren was het recht van den dichter, die er trouwens alleen gebruik van maakte, om een paar roerende tooneelen te kunnen schrijven, maar omdat alles in het stuk toegaat, als het aan het Spaansche hof onmogelijk heeft kunnen toegaan, omdat het de ware karakters van alle personen, maar van Granvelle vooral, miskent en Don Carlos er is gecopiëerd naar den onhistorischen Don Carlos van Schiller.

Erger echter is het, dat er in dit zoogenaamde treurspel geene tragische ontwikkeling, ja zelfs geen eigenlijk dramatisch verloop te vinden is. De ondergang van Montigni staat van den aanvang af vast bij den, bijna als een duivel geteekenden, Granvelle en ook