is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

550

Zooals wij reeds hebben gezien, toonde Da Costa al in 1822 door fragmenten van Byron's mysteriespel „Cain" te vertalen, hoe grooten indruk deze dichter met „de schitterende kleuren zijner poëzy en de overvloed van verbeelding, warmte en verheffing", zooals hij zeide, op hem had gemaakt, evenals op Bilderdijk en zijne vrouw, die evenmin weerstand hadden kunnen bieden aan de verzoeking om ook een paar stukken uit zijne poëzie te vertalen; maar Da Costa kwam toch tegehjk met verontwaardiging op tegen „de ongelukkige geestgesteldheid, waardoor deze zich den kwaden geest van onze ongodsdienstige eeuw had weten ten nutte te maken" *).

Afgezien nu van die vertahng, die weinig geschikt was om de lectuur van Byron bij ons aan te bevelen, treffen wij ook nu weder Van Lennep aan als den eerste, die door vertahng zijne poëzie toegankelijk maakte voor ons met de Engelsche letterkunde weinig vertrouwd pubhek. Behalve vertalingen van kortere verzen in zijn bundel „Gedichten" (van 1827) gaf hij reeds in 1826 „De Abydeensche verloofde" uit, en vervolgens in 1831 „Het beleg van Corinthe", in 1888 „Tassoos Weeklacht" en in 1884 „Beppo". Eene omwerking van het treurspel „Marino Ealiëro" in classieken vorm (en alexandrijnen) had hij reeds in 1822 voltooid, maar gaf hij eerst in 1829 uit.

Aan de vertaling van andere treurspelen beproefden anderen hunne, wel wat zwakke, krachten, zooals Hermanus Vinkeles in 1886 aan den „Sardanapalus" en Johannes Jacobus Abbink in 1837 aan „Heaven and earth". In 1886 het ook de toen zestienjarige J. J. L. ten Kate zijne vertaling van de „Parisina" voor vrienden drukken, maar in 1840 gaf hij bovendien eene (in 1859 nog eens geheel omgewerkte) vertaling van den „Giaour" uit. Zijn vriend S. J. van den Bergh leverde in 1842 onder den titel „De Zeeroover" eene vertaling van „The Corsair" en liet daarop in 1845 er ook nog eene van de „Lara" volgen.

Na Van Lennep, doch vóór alle anderen, was echter ook reeds „een zeer lange blonde jongen", zooals zijne benijders hem later aanduidden, een knaap nog bijna, als Byronvertaler opgetreden, de hoogstbegaafde Nicolaas Beets, die niet alleen door zijne

J) Later is Byron's Cain in zijn geheel bij ons vertaald door A. S. Kok, 's-Grav. 1906, met uitvoerige inleiding over Satansvoorstellingen.