is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

lijk om staatkundige redenen als ambtenaar in het begin van 1881 van Antwerpen naar het kleine Eekloo als 't ware in ballingschap gezonden, om eerst weer in April 1885 naar Gent in ruimeren en beter bezoldigden werkkring te worden overgeplaatst, wist Jan Frans Willems spoedig zijne oude veerkracht te herwinnen. Tot aan zijn plotselingen dood op denzelfden dag (24 Juni 1846), waarop hij in het Stadhuis te Gent door eene beroerte werd getroffen, wijdde bij zijne krachten, ook als lid van de Koninkhjke Academie, aan de verlevendiging van het nationaal bewustzijn bij de Vlamingen en aan nieuwe verbroedering met Noord-Nederland, en bereidde hij alzoo dat in België zoo merkwaardig cultuurhistorisch vérschijnsel voor, dat wij gewoon zijn „de Vlaamsche beweging" te^noemen x).

Hij deed dat in dezen tijd vooral door taalstudiën en onderzoekingen op historisch gebied, die bij grootendeels plaatste in de tien deelen van het door hem sedert 1887 tot zijn dood uitgegeven tijdschrift Het Belgisch Museum. Niet alleen echter trachtte hij zóó zijne Vlaamsche medeburgers opnieuw vertrouwd te maken met hunne roemrijke geschiedenis in de middeleeuwen, maar hij wenschte ook door in dat tijdschrift tal van kleinere handschriften uit de middeleeuwen af te drukken, hun de overtuiging te geven, dat in dien tijd het Nederlandsen of Dietsch de taal der beschaafden onder zijn volk en daarom ook de eenige schrijftaal der Vlamingen en der meeste Brabanders was geweest.

Met hetzelfde doel gaf hij ook grootere dichtwerken uit de middeleeuwen uit, met name „Beinaert de Vos" (1886), waarvan hij de groote letterkundige waarde tevens in het licht stelde en waarvan hij twee jaar vroeger reeds eene bewerking in Nieuwnederlandsche verzen ter perse had doen gaan, en de „Bymkro-

') Voor de Vlaamsche letterkunde in dezen tijd in 't algemeen zie men: Th. Coopman en L. Scharpé, Geschiedenis der Vlaamsche Letterkunde, Antw. 1910; Vlaamsch België sedert 1830, „Studiën en Schetsen bijeengebracht door het algemeen bestuur van het Willemsfonds ter gelegenheid van het jubeljaar 1905", Gent 1905—12, VI dln. en daarvan in 't bijzonder Deel II—III: Paul Fredericq, Schets eener Geschiedenis der Vlaamsche Beweging, Gent 1906—9; P. Hamelius, Histoire politique et littéraire du mouvement flamand, Brux. 1894 en Luise von Plönnies, Reise-Erinnerungen aus Belgiën, Berlin 1845.

Voor de Bibliographie der geschriften uit dezen tijd zie men F. A. Snellaert en Fr. de Potter, Vlaemsche bibliographie of lijst der Nederduitsche boeken van 1830—67 in België uitgegeven. Gent 1857—68; Frans de Potter, Vlaamsche Bibliographie (1830—90), Gent 1893—1902, IV dln. en Th. Coo pman en Jan Broeckaert, Bibliographie van den Vlaamschen taalstrijd, Deel I (1787—1844) Gent 1904 en Deel II (1845—52), Gent 1905.