is toegevoegd aan je favorieten.

Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KALISOESOEHBAAI - KALOSSI.

259

gerapporteerd. De namen Kalisoesoeh- en Dwaalbaai worden dikwijls verwisseld. De Hollandsche naam is ontstaan doordat naar de Molukken bestemde zeilschepen, welke in het volle van den Oostmoesson te veel den Boetonwal hadden gehonden, in de baai bezet zijn geraakt en het doorkomen van den Westmoesson hebben moeten afwachten om deze te kunnen verlaten. Zie Zeemansgids deel V.

KALTTJI (mal.). Zie OAESALPINIA BONDUCELLA.

KALIWOENGOE. District van de contróleafdeeling Bodja, afdeeling en regentschap Kendal, residentie Semarang, met eene oppervlakte van 184 K.M.' Men vindt er één suikerfabriek en twee erfpachts-ondernemingeD, gevestigd op 5 erfpachtsperceelen, waarop de padicultuur wordt gedreven en vischvijvers zijn aangelegd. — Het district is verdeeld in 3 onderdistrieten en had op uit. 1905 eene bevolking van ruim 64.000 zielen, waarvan 155 Europeanen en 250 Chineezen.

KALJADO. Inlandsche naam door de Toradja's op Oelebes gegeven aan een groote boomhagedis, Lophura amboinensis Schlosser, die in uitwendigen vorm aan de Z. Amerikaansche Bass'ZiscMs-soorten herinnert (zie onder AGAMIDAE).

KALK, KALKSTEEN. De sirih-kalk, een door de inlandsche bevolking bij de bereiding van den betel-pruim gebezigde stof, wordt in den regel vervaardigd van gebrande schelpen. Verder wordt hier en daar koraalkalk gebrand ter verkrijging van ongebluschte kalk voor bouwmateriaal. De meeste kalkbranderijen van den lateren tijd winnen echter bergkalk (kalksteen), die op Java, Sumatra en Borneo veelvuldig wordt aangetroffen, ten deele van jongen (tertiairen), ten deele van hoogen onderdom (kolenkalk). Op Sumatra is vooral deze laatste ontwikkeld; op Sumatra's Westkust in het Barisangebergte en het Ngalau-Sariboe-gebergte werd het gesteente door Verbeek nagegaan en gekaarteerd; uit de onderzoekingen van Fennema en Volz in Noord-Sumatra is gebleken dat het zich ook hier voortzet. De jongere zoogen. orbitoïdenkalk (eoceen) treedt op Sumatra in veel kleinere hoeveelheid op dan de oudere. Langs de zuidkust van Java en de noordoostkust van Borneo is vooral de zeer jonge miocene kalk sterk ont wikkeld. Op Java en Borneo komt verder nog een kalksteen voor, die wat ouder is dan deze laatste, tot het eoceen behoort en als nummulietenkalk kan worden aangeduid. Op een aantal eilanden in het oostelijk gedeelte van den archipel komen tot op 500 M. zeehoogte terrassen voor van kalksteen (koraalkalk), waarvan verreweg de meeste niet ouder zijn dan plioceen. Ook uit het mesozoïsche tijdvak zijn van verschillende eilanden kalksteenen bekend, doch steeds in betrekkelijk kleine hoeveelheden.

Daar kalksteen niet behoort tot de delfstoffen, waarop de Indische Mijnwet van toepassing is, kan aan hem, die daartoe het verzoek doet, een vergunning worden verleend tot winning dier delfstof (meest wordt deze voor 30 jaar verleend) op domeingrond en waren in 1916 een 26-tal dier vergurrningen uitgegeven, waarvan dat jaar slechts 4 in productie waren. Het verkregen product wordt aangewend öf bij de suikerfabrikage öf als bouwmateriaal.

De zachte, poreuze, lichtgele, mergelachtige kalksteen van Madoera wordt volgens Verbeek (Java I. 54) op veel plaatsen uitgehouwen voor bouwsteen, b. v. bij Arosbaja, waar uitgestrekte steengroeven bestaan. Vroeger werden hier en bij Grisee (Soera-

baja) ook veel waterfilters (zoogen. leksteenen) gemaakt, waarvan het gebruik echter van lieverlede door den invoer van betere europeesche filters is afgenomen.

Voor het geografisch voorkomen der verschillende kalksteenen zijn de geologische detailkaarten te raadplegen.

KALKSPONSEN. Zie SPONSEN.

KALKWERPEN. Een gebruik, dat voorkomt bij veel volksstammen op Nieuw-Guinea. De inboorlingen der Dorébaai noemen het „Sau afer", d .i. „vrede maken". In verschillende streken van dit eiland was men herhaaldelijk getuige van deze ceremonie, waarbij waarschijnlijk bedoeld, werd een bezweringshandeling tot afwering van booze invloeden. Zekerheid heeft men hieromtrent echter nog niet. De kalk (ook wordt hiervoor wel asch gebruikt) wordt bewaard in een bamboekoker en zoowel in de lucht gegooid als gestrooid op den grond, die door vijand of vreemdeling betreden zal worden. Reeds in 1606 werd door Luis Vaez de Torres van het kalkwerpen gewag gemaakt.

KALLIMA paralucta. Groote dagvlinder, wiens onderzijde zóó sprekend op een verdord blad gelijkt, dat het dier daarvan niet te onderscheiden is wannee r het zich, met tegen elkaar geslagen vleugels, op een takje met zulke bladeren neerzet. De bovenzijde is donker fluweelig blauw met een glanzende oranje baan schuin over elk der voorvleugels; deze maken het dier zeer in het oog vallend zoolang het vliegt, wat er toe bijdraagt om het uit het gezicht te doen verdwijnen, als het plotseling gaat zitten. Het staartje aan de ondervleugels bootst den steel van het blad na, de puntig uitgesneden hoeken der voorvleugels de bladspite, en een schuine streep over de ondervlakte van voor- en achtervleugels de middennerf. Ook eenige zijnerven zijn als schaduwstrepen aangeduid, maar overigens is de teekening der ondervlakte zeer variabel. De ondervlakte bootst dus dorre bladeren na in verschillende toestanden van hunne verdorring, met de vlekken en de schimmelwoekeringen, die er op voorkomen.

KALMOES. Zie ACORUS.

KALOEANG of KËLOEWANG (mal.). Zie VLEERMUIZEN, VRUCHTENETENDE.

KALOELOES. Zie VAARTUIGEN.

KALOERI. Zie MUZIEK- EN MUZIEKINSTRUMENTEN.

KALOEWIH of KALOEWÈH (jav.). Zie ARTOCARPUS COMMUNIS.

KALONG (jav., soend.). Zie VLEERMUIZEN, VRUCHTENETENDE.

KALORAN. District met gelijknamige hoofdplaats van de afdeeling en het regentschap Temanggoeng, residentie Kedoe.

Het heeft eene oppervlakte van 243 K.M.*, telt 51 desa's en is verdeeld in 4 onderdistricten.

Op het einde van 1905 bestond de bevolking uit een 20-tal Europeanen, + 60 Chineezen en bijna 52000 inlanders.

KALOSSI. Een transitopunt in het landschap Allah, behoorende tot de federatie Doeri (zie aldaar) in de afdeeling Paré Paré, gouv. Celebes en onderh., met rijke handelaren. Koffie is het hoofd handelsproduct. Men hield er vijfdaagsche pasars ,waar rijst, koffie, djagoeng, tabak, groenten, boonen, vruchten, kains en kramerijen verhandeld werden. (Zie nota van toelichting omtrent het landschap Allah in T. B G. 1912, 54). De bewoners • zijn Boegineezen, kleiner dan de