is toegevoegd aan je favorieten.

Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KOFFIE0ÜLTUUR.

39»

tractcultunr (1899). Niet alleen zou, naar die Adviseur meende, daardoor een produet van betere hoedanigheid en van grootere marktwaarde verkregen kunnen worden, maar de maatregel zon ook tal van andere voordeelen kunnen opleveren, waarvan de voornaamste zouden zijn, dat het prijsverschil, anders met de licentiehouders te deelen, geheel ten goede van het gouvernement komen zou en dat de onttrekking van het aan de verplichte levering onderworpen product, omdat aan de bereiding in de desa door de bevolking zelf en daarmede aan de gelegenheid tot smokkelen een eind zou komen, indien al niet geheel verdwijnen dan toch zeer bemoeilijkt Worden zou. Om deze redenen verklaarde de toenmalige Minister van Koloniën Van Asch van Wijck zich vóór de oprichting van gouvernementskof&ebereidingetablissementen met de verplichting voor de bevolking tot inlevering van haar product in de roode schil. Om de bevolking, die de bereiding van hare koffie liever aan zich behield,metden maatregel zooveel mogelijk te verzoenen, diende er voor gezorgd te worden.dat de inbreng van het onbereide product voor den planter zoo licht mogelijk zou zijn ende voor dat product te betalen prijs niet veel zou mogen verschillen met, desnoods zelfs iets hooger zou mogen zijn dan, hetgeen verschuldigd zou wezen voor de daaruit te verkrijgen hoeveelheid bereide koffie tegen de maatstaf van ƒ 15 per pikol. Op den voorgrond werd echter gesteld, dat de maatregel niet in eens tot al die streken van Java zou mogen worden uitgestrekt waar het koffiemonopolie nog bestond, maar voorloopig alleen als proef, na een goede voorbereiding, in een beperkt daarvoor gunstig gebied genomen en eerst later, wanneer daarvan goede uitkomsten verkregen waren, geleidelijk uitgebreid zou mogen worden. Overeenkomstig die aanwijzingen en met bijstand van een ter zake deskundig persoon werd in ,1903 een proef op kleine schaal genomen in het onderdistrict Ngebel, district Poeloeng derresidentieMadioenenopdeonderdistrictshoofdplaats Ngebel, een voor het bedrijf gunstig gelegen punt, het bereidingsetablissement gebouwd. Zoowel de daarmede in den aanvang verkregen be vredigende uitkomsten, als de overweging dat de proef door hare beperktheid geen afdoende gegevens voor eene degelijke beoordeeling der zaak kon opleveren, leidden er toe om een jaar later nog een proef met de fabriekmatige bereiding van gouvemementswege elders op Java te nemen, maar dan op eenigszins ruimere schaal, waarvoor werd aangewezen een in het noordeli jk gedeelte der residentie Preanger-Regentschappen gelegen gebied, waar uitgestrekte koffieplantsoenen werden aangetroffen. Op een zestal plaatsen nabij of in het centrum der voornaamste koffietuincomplexen werden hulpetablissementen gebouwd, waar de beskoffie van schil en vruchtvleesch ontdaan en tot hoornschilkoffie van een zekere vochtigheidsgraad bereid werd, en op de gewestelijke hoofdplaats Bandoeng werd een centraaletablissement opgericht, waar de van de hulpetablissementen afkomstige hoornsehilkoffie tot marktkoffie van verschillende soorten verder afgewerkt werd. Voor elk der proefgebieden in Madioen en de Preanger-Regentschappen werd een in koffiebereiding doorkneed persoon als beheerder in dienst gesteld op een passende maandelijksche bezoldiging, benevens een telken jare door de Regeering vast te stellen bedrag aan tantièmes, uit te keeren over de meerdere winst (overwinst) die het fabriekmatig bereide product boven de op de gewone inlandsche wijze ie:eide koffie, uit hetzelfde gewest afkomstig,

behaalde; natuurlijk beoogde men hiermede het geldelijk belang van die personen te koppelen aan het welslagen der proeven. Overwinst leverde het etablissement te Ngebel eenige keeren op; het aldaar bereide product wist hoogere prijzen te verwerven dan de door de bevolking bereide koffie, die trouwens niet gunstig aangeschreven stond op de markt. Anders was het met de Preanger-etablissementen gesteld; niet dat het daarvan afkomstige product minder voortreffelijk was, integendeel het stond verre boven de Ngebelkoffie, het voldeed zelfs aart de hoogste eischen van de markt en behaalde dan ook vaak fancyprijzen, maar daartegenover stond, dat de door de bevolking bereide Preangerkoffie op de markt evenzeer een uitstekenden naam had, zelfs vrij hoog genoteerd stond en langzamerhand -— doch geheel buiten verwachting — steeds hooger gewaardeerd werd, waardoor het oorspronkelijk bestaan hebbende prijsverschil tusschen die twee koffie's meer en meer wegslonk, af en toe nihil, een enkele maal Zelfs negatief was. Was de impopulariteit van de etablissementen al een beletsel voor het succes der proefnemingen en oefenden ook nog andere factoren een nadeeligen invloed daarop uit, — de grootste slag werd aan die inrichtingen toegebracht door den reusachtigen achteruitgang van de koffieoogsten in de proefgebieden, want hierdoor konden zij niet naar hunne volle capaciteit werken, waren zij zelfs gedoemd tot een kwijnend bestaan. Door de intrekking der gouvernementskoffiecultuur kwam aan dat bestaan van zelf een einde.

KoFFiEFAKirtJiZTSN. Met uitzondering van de koffie, benoodigd voor eigen gebruik van den planter en zijn gezin, moest alle koffie, door inlanders hetzij, vrijwillig, hetzij in dwang geteeld, ingeleverd worden in 's Lands pakhuizen, die overal in koffie-centra van Regeeringswege opgericht en onderhouden werden. Zij waren onderscheiden in permanente en hulppakhuizen, welker beheer werd toevertrouwd aan inlandsche (bij uitzondering ook Europeesche) koffie-inkoop-pakhuismeesters, die behalve een vaste bezoldiging ook eene pikolsgewijze belooning ontvingen voor de ingeleverde hoeveelheid koffie. (Ind. Stb. 1880 no. 20, Bijbl. nos 3586, 3684, 3928, Kol. Versl. 1896 bl. 207). Van die pakhuizen, Waar de inbreng tengevolge van den achteruitgang der koffiecultuur sterk Verminderd was, doch nog geen intrekking wettigde, werd het beheer aan inlandsche hulppakhuismeesters dan wel als bijbetrekking aan een ter plaatse gevestigden inlandschen beambte opgedragen onder genot van inkomsten, die afhingen van de hoeveelheid ingekocht product.

Het vervoer van de koffie van de binnenlandsche naar de strandpakhuizen geschiedde door ondernemers na openbare aanbesteding, of wel (bij uitzondering) in dagloon. Hierin kwam gedurende de laatste jaren verandering; in tal van gewesten of groepen van gewesten op Java werd, oorspronkelijk bij wijze van proef, dat vervoer door het gouvernement in eigen beheer genomen; de uitkomsten hiervan waren nog al bevredigend en wezen uit, dat de maatregel, mits goed voorbereid en uitgevoerd, tot besparing van Lands gelden kon leiden. Te Batavia werden eenige keeren 's jaars groote openbare veilingen van gouvernementskoffie gehouden tot hoeveelheden, die door de Indische Regeering in overleg met het Opperbestuur telken jare werden vastgesteld. Op aanvraag van het gewestelijk bestuur werden bovendien voor plaatselijk gebruik kleine hoe-