is toegevoegd aan je favorieten.

Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONDERWIJS (OPENBAAR).

97

schappij over het geheel met dankbaarheid de hand aannam, die het Gouvernement haar ten slotte toestak. Aan den sterken aandrang van vele Chineesche ouders om toelating van hun kinderen tot de Europeesche lagere school, kon uit den aard der zaak niet in ruimere mate tegemoet gekomen worden dan ten opzichte van Inlandsche kinderen geschiedde. Waar voorts aangenomen werd dat een aantal voor die toelating niet in aanmerking komende Chineesche kinderen toch behoefte had aan meer en ander onderwijs dan de (voor hen mede toegankelijke) Inlandsche scholen, ook die der le klasse met Nederlandsch op het leerplan, hun konden verschaffen — voor die scholen hebben de Chineezen trouwens nooit bijzondere voorhefde getoond —, schoot er niet anders op over dan de oprichting van afzonderlijke scholen voor die kinderen. Zoo kwamen in 1908 dë eerste Hollandsch-Chineesche scholen tot stand, waarvan de inrichting nagenoeg geheel overeenkomt met die der Europeesche lagere soholen. Het aantal van die scholen (alle met een voorklasse) was op ultimo 1917 aangegroeid tot 31 met 6717 leerlingen. Daaronder bevonden zich 35 kinderen van Europeanen en 96 van Inlanders. De eersten hébben onbeperkt, de laatste slechts na machtiging van den Directeur van Onderwijs en Eeredienst, toegang. Verdere uitbreiding van het aantal soholen staat op het programma, doch kan wegens gebrek aan Europeesch onderwijzend personeel wederom niet plaats hebben in het tempo, dat gevolgd zou moeten worden om aan de groote vraag naar dit onderwijs op vele plaatsen te voldoen.

Nadere bijzonderheden over deze scholen kunnen, wegens haar algemeene overeenkomst met de reeds behandelde Europeesche lagere scholen, hier achterwege blijven. Alleen verdient vermelding de belangrijke afwijking, dat aan verschillende HoUandsch-Chineesche scholen in het belang van de vele leerhngen, die later hun brood in den handel zullen verdienen, een namiddag-cursus voor het Engelsch verbonden is. Op ultimo 1917 waren er 14 van zulke cursussen, tegen 5 voor het Pransch en 7 voor de nuttige handwerken voor meisjes. ^ U. Middelbaar en ander onderwijs, onmiddellijk of middellijk aansluitend bij het lager onderwijs met Nederlandsch als voertaal.

§ 9. Algemeen vormend middelbaar onderwijs. Gelijk het Europeesch lager onderwijs is ook het algemeen vormend middelbaar onderwijs geheel ingericht naar de behoeften der Europeanen, in het bijzonder van hen, die niet blijvend in Indië gevestigd zijn. Dit zal veranderen bg verwezenlijking van de voorstellen der in § 3 vermelde Commissie. Voor het eerst werd middelbaar onderwijs gegeven in 1860, indien men althans de tallooze vroeger mislukte pogingen van particulieren, zoowel als van het Gouvernement om instellingen van verdergaand onderwijs (middelbaar en gymnasiaal) tot stand te brengen of in stand te houden, buiten beschouwing laat. Doch ook het in genoemd jaar te Weltevreden geopend Gymnasium Willem III kwam in zgn oorspronke1 ij ken vorm — twee af deelingen, één voor voorbereidend hooger (gymnasiaal) onderwijs, de andere voor algemeen vormend eindonderwijs met een voorbereidenden cursus (progymnasium) — niet tot bloei. In verband met de Nederlandin

sche regelingen van het middelbaar onderwijs (1863) en het onderwijs in de Indische taal-, land-, en volkenkunde (1864) werd de school in 1867 gereorganiseerd: afdeeling A kreeg den vorm eener Hoogere Burgerschool met 5-jarigen cursus geheel naar Nederlandsch model, afdeeling B werd een daarbij aansluitend opleidingsinstituut voor den Indischen administratieven dienst. Sedert 1913, toen deze laatste afdeeling, wegens hare kostbaarheid in verhouding tot het gering aantal leerlingen, werd opgeheven, onderscheidt de Bataviasche inrichting — die in dao jaar den naam Koning Willem III school ontving — zich niet meer van de Hoogere Burgerscholen te Soerabaja en Semarang, respectievelijk in 1875 en 1877 opgericht als 3-jarige, en in 1879 veranderd in 5-jarige scholen. In 1915 heeft ook Bandoeng zulk een inrichting gekregen. Voorts bestaat te Batavia nog een Hoogere Burgerschool met 3-jarigen cursus, die vroeger deel uitmaakte van de Koningin Wilhelminasohool (zie § 12) en sedert 1911 met een handelsschool (zie § 22) en een zeevaartkundigen cursus (zie § 23) de Prins Hendrikschool vormt. De opleiding aan de Hoogere Burgerscholen maakt toelating tot verschillende andere studie-inrichtingen mogelijk en opent uitzicht op tal van betrekkingen. Het einddiploma der 3-jarigeH. B. S. geeft, evenals het bewijs van bevordering tot de' 4de klasse der 5-jarige, bij v. aanspraak op toelating tot' de handelsschool, den zeevaartkundigen cursus, de middelbare landbouwschool, de Indische veeartsenijschool, den normaalcursus tot opleiding voor commies der 2de klasse bij den Post. en Telegraafdienst, de Cadettenschool te Alkmaar enz. Betere condities zgn natuurlijk verbonden aan het einddiploma der 5-jarige H. B. S. ,dat overigens geheel gelijk gesteld is met het in Nederland verworvene. Met dat diploma kan men derhalve o. m. toegelaten worden tot de Technische Hoogeschool te Delft, de Landbouw-Hoogeschool te Wageningen, de Handels-Hoogeschool te Rotterdam en de studie in de medicijnen. Andere instellingen van voorbereidend hooger, bepaaldelijk gymnasiaal, onderwijs zijn, na de opheffing van de daarvoor bestemde afdeeling van het Gymnasium Willem III in 1867, niet weer verrezen. Een door Minister Keuchenius in 1889 ondernomen poging tot stichting van een gymnasium te Batavia leed schipbreuk in de Tweede Kamer.

De vakken der H. B .S. met 5-jarigen cursus zijn dezelfde als die, genoemd in art 17 der Wet op het middelbaar onderwijs (Ned. Stb." 1863 no. 50). Art. 16 dier wet is evenwel niet geheel nagevolgd bij de omschrijving van de leerstof der 3-jarige H. B. S.

Tot de scholen hebben, zonder onderscheid van landaard of sekse, allen toegang, die aan een toelatingsexamen hebben voldaan. Voor een groot deel der adspiranten voor de eerste klasse is dat examen slechts gedeeltelijk „extern". Leerhngen van lagere scholen, particuliere zoowel als openbare, omtrent wie door het schoolhoofd schriftelijk verklaard wordt, dat zij naar aanleg en ontwikkeling in staat zgn middelbaar onderwijs te volgen, kunnen n.1. volstaan met een (uniform) schriftelijk examen in Nederlandsch, rekenen en Pransch, tot het afleggen waarvan op alle gewestelijke en afdeelingsplaatsen, waar openbare Europeesche lagere scholen gevestigd zijn, ge-

7