is toegevoegd aan je favorieten.

Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

160

STRAFRECHT.

weer onderverdeeld in: 1. zuivere diefstallen, welke kunnen zijn: o. door een schildwacht, 6. door een ingekwartierde, c. van ammunitie, artillerie- of oorlogsgoederen, d. van kazerneerings-, equipements- of kampementsgoederen, e. in de chambree; 2. diefstal van goederen, door het Gouvernement ten gebruike gegeven (dus overeenkomende met misbruik van vertrouwen) ;

D. ontrouw en kwade administratie.

A. misdrijven tegen den dienst en de subordinatie. Artikel 80 van het C. W. verklaart dat „de subordinatie is het wezen en de ziel van den militairen dienst, dat elk militair derhalve verplicht is in den dienst de orders, hem gegeven door dengene, die boven hem gesteld is, terstond en zonder daartegen te redeneeren, te gehoorzamen en getrouwelijk te volbrengen, behoudens het recht om, wanneer hij zich door die orders bezwaard vindt, daarna zijne klachten in te brengen.

ad 1. oproer en opstand worden geacht aanwezig te zgn bij vereeniging van de volgende omstandigheden: a. voorafgaande afspraak, 6. opstand van de meerderheid van een bepaald korps, detachement, garnizoen enz. zich uitende in: c. positieve daden van verzet. Algemeene opstand moet derhalve zijn voorafgegaan door samenspanning en zioh openbaren in algemeen verzet. Muiterij wordt geacht aanwezig te zijn, wanneer militairen zich in kleiner of grooter getal, gewapend of ongewapend, gezamenlijk en zonder vergunning of voorkennis van hunne chefs, op grooteren of kleineren afstand uit hun kwartieren hebben verwijderd, zoodoende beoogende met zeker vertoon hun ontevredenheid of misnoegen over handelingen van meerderen te doen blijken, gezamelijk klachten, grieven of verzoeken te gaan inbrengen bij hooger geplaatste militaire autoriteiten of in het algemeen door hun gezamenlijk handelen zekere pressie op de meerderen uit te oefenen. Bij opstand en muiterij is de samenspanning reeds in daden overgaan. Samenrotting wordt geacht aanwezig te zijn, als een kleiner of grooter aantal zich vereenigen in strijd met den wil hunner superieuren en met een weerspannig oogmerk, dat zich echter nog niet in daden heeft omgezet.

ad 2. dienstweigering. Hieronder moet worden begrepen niet alleen het weigeren in woorden, maar ook het opzettelijk nalaten, zonder den wil daartoe onder woorden te hebben gebracht.

ad 3. insubordinatie kan worden gepleegd door woorden, gebaren en feiten; zij is eenvoudig eene negatie van de stricte militaire discipline.

ad 4. misdrijven tegen een schildwacht. Deze worden afzonderlijk genoemd, omdat de schildwacht een zeer bijzondere positie inneemt, die hem beschermen moet tegen elke beleediging, bedreiging of aanranding van wien ook, inferieur of superieur, uitgaande; de schildwacht is, zoolang hij op schildwacht staat, in zekeren zin, de meerdere van den hoogsten chef.

ad 7. frauduleuze aanwerving beteekent het aanwerven in den dienst van het leger of van een bepaald corps van een soldaat, die nog niet ontslagen is uit het leger of bij een ander corps dient.

B. desertie in tijd van vrede. De desertie is

aanwezig, wanneer de militair zich opzettelijk, zonder behoorlijk verlof, op meer dan een uur afstand van zijn garnizoen heeft verwijderd. Een bepaald oogmerk, waarom hij zich heeft verwijderd, is daarbij niet noodig, het oogmerk kan geweest zijn zich voor goed van den militairen dienst los te maken, het kan geweest zijn een avond van de vrijheid te willen genieten. Tegen desertie is voor de officieren zwaardere straf bedreigd dan voor de onderofficieren en soldaten. Voor officieren is het zich opzettelijk ' verwijderen, verder dan een uur van zijn garnizoen, steeds een misdrijf en is dat voor den mindere slechts, wanneer hij gearresteerd wordt en wanneer hij langer dan 4 weken wegblijft en dan vrijwillig terugkomt. Desertie bestaat ook, wanneer de militair, na expiratie van verlof, nog gedurende meer dan acht dagen wegblijft. In dat geval staan officieren en minderen gelijk in zooverre, dat zij slechts crimineel strafbaar zijn bij arrestatie en bij vrijwillige terugkomst meer dan 4 weken na het eindigen van hun verlof.

De desertie kan zonder en met verzwarende omstandigheden plaats hebben. Als verzwarende omstandigheden gelden: a. herhaling, b. medeneming van: 1. goed boven de tenue van den dag, 2. een compagniespaard, 3. zadel en schabrak, 4. schietgeweer, 5. goed van een ander; C. desertie in dienst: 1. als commandant van de wacht, 2. van de wacht, 3. als schildwacht van zijn post; d. desertie, opgevolgd door engagement bij een ander corps.

C. misdrijven tegen den eigendom gericht. Zij kunnen worden gesplitst in twee rubrieken: 1. zuivere diefstallen, 2. onrechtmatige vervreemding van goederen, door het Gouvernement ten gebruike gegeven. De zuivere diefstallen kunnen weer worden onderscheiden in die, welke overeenkomen met die van het burgerlijk Strafrecht en in militaire diefstallen, welke worden onderscheiden in a. door een schildwacht of sauvegarde, 6. door een ingekwartierde, c. diefstal van ammunitie of artillerieof oorlogsgoederen, d. van kazerneerings-, equipements- of kampementsgoederen, e. in de chambree. De diefstal sub a. is die diefstal, welke gepleegd wordt ten nadeele van dengeen, bij wien de dader op schildwacht gesteld of als sauvegarde geplaatst is en wordt gestraft met den dood. De diefstal door een ingekwartierde is die, welke door een militair gepleegd wordt bij en ten nadeele van hem, bij wien hij was ingekwartierd en wordt gestraft met militaire gevangenis van 1 —15 jaren. De diefstal van ammunitie enz., is die van buskruit enz. uit de magazijnen, waarbij de dief niet als schildwacht geplaatst is; hij wordt gestraft met 5—15 jaren militaire gevangenis; was hij daarbij we^ als schildwacht geplaatst, dan is de doodstraf bedreigd. De diefstal in de chambree is de diefstal ten nadeele van een kameraad in het slaapkwartier en wordt gestraft (volgens sommigen) met militaire gevangenis ,van 1 — 15 (volgens anderen) van 1—3 jaren. Dit verschil van opvatting dankt zijn ontstaan aan de omstandigheid, dat op dit feit gesteld was ten minste één jaar ,.in den kruiwagen of van slagen en wegzenden als een eerloozen schelm". De wet geeft dus wel een minimum, geen maximum op. Daaruit is de vraag gerezen of dit maximum