is toegevoegd aan je favorieten.

Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

200"

SARÈKAT ISLAM.

door 1200 a 1500 leden; 40 afdeelingen waren er vertegenwoordigd, door 117 afgevaardigden.

De bijeenkomst, welke ook door S. I. vrouwen was bezochte werd geleid door Tjokroaminoto, die mededeelde dat in de bestuursvergadering besloten, was om de omvorming van de vereeniging in een „Partij S. I." in openbare vergadering te behandelen. Dit onderwerp werd ingeleid door H. A. Salim, die er op wees dat de vorm der S. I. organisatie, welke door de Regeering was aangegeven — plaatselijke vereenigingen desgewenscht verbonden door een centraal lichaam — den vrijen groei dier beweging had belemmerd; voorts dat de C. S. I. in den loop der tijden verantwoordelijk werd gesteld voor hetgeen in de plaatselijke vereenigingen gekeurde.

De zwakke band tusschen de S. I.-centrale en de locale organisaties, waardoor het mogelijk werd, dat andere vereenigingen in de „kandang" der S. I. (d. i. binnen de S. I.) aanhangers konden winnen, maakte het noodig naar een andere formatie om te zien. Deze was nu gevonden in een Partij S. I., bestaande uit „werkende leden" (wargo roemekso), die in de locale S. I.'s; waarvan zq lid zouden zjjn, propaganda zouden maken voor en Zouden werken naar de in het beginselprogram opgenomen voorschriften.

Nadruk werd gelegd op het vasthouden aan de beginselen van den Islam in zijn maatschappijleer en aan zgn voorschriften voor deze wereld; zoodat voor het werk hier op aarde allen zich aaneen te sluiten hadden met behoud evenwel van eigen inzicht en van vrijheid in het volgen van een eigen weg tot het geluk in het hiernamaals. Nadat Tjokroaminoto had verklaard dat hij vóór het congres 52 plaatselijke afdeelingen had bezocht, waarvan 45 zich met het plan konden vereenigen, werd het voorstel tot oprichting van de „Partij S. I." aangenomen verklaard.

Daarop werd de partijdiscipline ter sprake gebracht, vermits op de opheffing daarvan door sommige locale S. I.'s was aangedrongen, in zoover dat voor de Communistische Partij (P. K. I.) een uitzondering zou worden gemaakt. Aan de voorstanders van de afschaffing, n.1. de afgevaardigden van enkele Semarangsche S. I.'s, die zich nog niet van de centrale organisatie hadden afgescheiden, werd door den Voorzitter gevraagd een uiteenzetting te geven van . de communistische beginselen ten aanzien van den godsdienst. Hun verklaring dat de P. K. I. en de communistische S. I.'s tegenover den godsdienst een „neutraal" standpunt innamen, maakte echter hun opneming in de Partij S. I. onmogelijk. Met 33 stemmen vóór en 3 tegen werd door de afdeelingsaf ge vaardigden besloten de partijdiscipline te handhaven, zonder eenige uitzondering. Op den volgenden dag kwam het vraagstuk der werkloosheid ter sprake, waarbij adhaesie werd betuigd aan de actie van den Bandoengschen Bond tegen werkloosheid; voorts werd het plan geopperd om een landbouwcongres te houden; daarna kwam aan de orde de vrouwenbeweging in de S. I., waarbg de wenschelijkheid werd betoogd van meerdere ontwikkeling der vrouw, die den man in den politieken strijd tot steun moest zijn. Voorts werd, in aansluiting bij het verhandelde op het „Al Islam Congres" van Cheribon, door H. A. Salim een uiteenzetting gegeven van de Sultans wisseling te Constantinopel. Hij wees op de wenschelijkheid om den nieuwen Chalief ook

door de Moslims in Indië te doen erkennen als „Heer der Geloovigen en beschermer van de beide heilige plaatsen." Aan de locale S. I.'s zou worden opgedragen lijsten in te dienen van schrift-' geleerden, die geschikt en bereid zouden zijn om zitting te nemen, in den door het Al Islam Congres bedoelden Islam-raad.

Op den 3den dag werd de actie van het „Analphabetisme Bestrijdings Comité" (A. B. C.) ter sprake gebracht, waarbij besloten werd om die beweging te steunen. Ook maakten de algemeene verhooging van bestaande en de invoering van nieuwe belastingen een onderwerp van bespreking uit, waarbij de wenschelijkheid werd betoogd om de uitgaven voor leger en marine aanzienlijk te verminderen en voor de salarissen een maximum van / 1000. 's maands te stellen.

In de sluitingsvergadering werd door Tjokroaminoto de bedoeling van de oprichting der Partij S. I. nogmaals verklaard; degenen, die tot de communistisch gezinde groepen der S. I. behoorden, zouden niet in het partijverband der S. I. Partij kunnen worden opgenomen; de groepen zelve zouden niet bij de Centrale S. I. mogen blijven aangesloten. Voorloopig zou de Centrale S. I. naast de Partij S. I. blijven bestaan; de locale S.I.'s zouden echter langzamerhand overgaan in „vakvereenigingen". De partijdiscipline zou ook gelden tegenover Boedi Oetomo, de Nat. Ind. Partij, Pasoendan en Sumatranenbond. Met deze vereenigingen zou de samenwerking blijven bestaan, doch elke partij zou blijven in eigen verband met eigen beginselen. Vijandig zou de Centrale S. I. tegenover geen enkele politieke vereeniging staan, met uitzondering echter van den Politiek Economischen Bond (P. E. B.), die als „vijand van de volksbeweging" werd gebrandmerkt. Als verwant met de P. E. B. was de „S. I.-poetih", de witte S. I. van Madioen, aan te merken.

Vervolgens sprak H. A. Salim een slotwoord, waarin de Volksraad een „wajangan" (schjjnvertooning) werd genoemd, terwijl de ontworpen instelling van een Wetgevenden Raad naar zijn oordeel de waarde van den Volksraad nog meer zou verminderen. Werd de herziening van de staatsinrichting werkelijkheid — aldus het Volksraadslid Salim — dan achtte de Centrale S. I. verdere medewerking met de Regeering in die richting ongewenscht. Mocht de Sarèkat Islam het echter toch noodig achten dat de vereeniging in den derden Volksraad vertegenwoordigd werd, dan zou alleen Tjokroaminoto daarvoor in aanmerking kunnen komen. Ten slotte besprak Salim de samenwerking met de Radicale Concentratie, welke steeds zou plaats hebben met behoud van eigen beginselen.

Dat de Indische Communistische Partij op den tijdens dit C. S. I.-congres tot uiting gekomen anti-communistischen geest evenzeer in het openbaar zou reageeren, was wel te voorzien.

Als weerslag op dit congres is dan ook te beschouwen het op 4 Maart 1923 door de P. K. I., tezamen met de roode plaatselijke S. I. vereenigingen, te Bandoeng gehouden Communistisch Congres, waarin de tegenstelling van de P. K. I., „die haar ontstaan aan de vele onderdrukkingen te danken had", tot de S. I., die „hoewel zich een volksvereeniging noemend, van het kapitalisme geen afstand wil doen", door den heer Semaoen scherp werd geaccentueerd. „In de S. L, waar de