is toegevoegd aan je favorieten.

Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

876

CAOUTCHOUC.

(Oidium spec.) de belangrijkste is. De ziekte treedt op gedurende het winteren van de boomen en tast het jonge blad aan, dat spoedig afvalt. Dit proces kan zich in den ruitijd nog eenmaal herhalen. Hierdoor worden de voorraden aan reservestoffen in den stam sterk aangesproken, zoodat het logisch schijnt, dat daarmede een vermindering van latexproductie gepaard moet gaan. Hoe groot het verlies is, valt moeilijk te becijferen. De ziekte werd voor het eerst gezien een tiental jaren geleden (dus ± 1920) en heeft zich in de laatste jaren sterk uitgebreid op Java, waar zij heel wat ongerustheid heeft gewekt. Ook op Sumatra (vooral in het Zuidelijk gedeelte) komt meeldauw voor, maar niet in dezelfde mate als op Java.

Van de dierlijke vijanden van de Hevea verdienen de mijten (Tarsonemus translucens) vermelding. Zh° komen op jong blad voor en veroorzaken dat dit afvalt; de verschijnselen vertoonen veel overeenkomst met die van de meeldauwziekte. Zoo'n groote uitbreiding als deze ziekte heeft de mh'tenplaat echter niet genomen; hoofdzakelijk worden jonge boomen er door aangetast; een massaal optreden in oudere tuinen werd slechts enkele malen waargenomen.

Bereiding van Rubber. De latex, die uit de tuinen naar de fabriek wordt gebracht, heeft een rubbergehalte, dat ongeveer 35% bedraagt. Meestal wordt alle, latex in een groote bak gegoten en daarna met water verdund tot een rubbergehalte van 20%. Hierna gaat men over tot het coaguleeren.

Indien de rubber tot crêpe wordt verwerkt, geschiedt het coaguleeren in de groote bak. Men voegt dan per liter verdunde latex |—J cm8 mierenzuur toe, welk zuur te voren met water sterk verdund is. In plaats van mierenzuur kan ook de dubbele hoeveelheid azijnzuur gebruikt worden; in Ned.-Indië zijn echter verreweg de meeste ondernemingen overgegaan tot het gebruik van mierenzuur. Óm de crêpe de gewenschte lichte kleur te geven moet te voren aan de latex natriumbisulfiet toegevoegd worden; men gebruikt hiervoor ± 1 g. per liter verdunde latex; het bisulfiet wordt in het verdunningswater opgelost. Nadat het zuur in de bak is gegoten, wordt flink geroerd; daarna wordt de bak afgedekt en het coagulatie-proces voltrekt zich. Gewoonlijk wordt het coagulum tot den volgenden ochtend in de bak gelaten om dan in stukken gesneden in de crêpemangels verwerkt te worden.

Een crêpebatterij bestaat uit vier of meer mangels, waarvan de eerste van groeven voorzien en de laatste glad is; de afstand tusschen de beide walsen van een mangel is het grootst bij de eerste mangel en het kleinst bij de laatste. Het coagulum passeert de diverse mangels een zeker aantal malen, gewoonlijk ongeveer 8—12, en is dan tot crêpe verwerkt. De dikte bedraagt dan 1—IJ mm. terwijl de breedte 23—24 cm. is; de lengte varieert en is afhankelijk van de inrichting van het drooghuis, waarin de crêpe wordt opgehangen om te drogen. Bij doelmatig ingerichte drooghuizen is de crêpe in ongeveer tien dagen droog en dan gereed voor verpakking en verzending.

Bij bereiding van smoked sheets, de andere hoofdvorm waarin rubber verwerkt wordt, wordt de latex uit de mengbak gegoten in kleine sheetbakken, in elk gewoonlijk 5 liter, waarna mierenzuur, in de hoeveelheid van 0.5—0.9 om.* per

liter verdunde latex (van 20% rubbergehalte), wordt toegevoegd. Nadat de coagulatie heeft plaats gehad, wordt het coagulum reeds denzelfden dag verwerkt. Het passeert dan een paar gladde mangels, die het tamelijk dun uitmangelen; daarna loopt het door een mangel, waarvan de rollen van spiraal-groeven voorzien zijn (de printer). Het drogen en berooken van de sheets gebeurt in het rookhuis, waarin zij opgehangen worden en waarin onderaan een rookinrichting aanwezig is. Na ongeveer 10 dagen zijn de sheets droog; de rubber is dan bruin en doorschijnend geworden.

Smoked sheet heeft een dikte van ongeveer 3—3.5 mm., de breedte en de lengte varieeren vrij sterk. Bereid volgens het hierboven geschetste schema weegt een sheet ongeveer 1 kg.

Behalve deze twee soorten rubber komt een aantal z.g. lower grades voor, die tot crêpe verwerkt worden, maar de mooie, zeer licht gele kleur missen, die pale crêpe eigen is.

Deze rubbersoorten, die eompo, browns, aardrubber enz. heeten, worden o.a. verkregen uit stukjes coagulum, die reeds tijdens het transport van de latex naar de fabriek ontstonden, verder uit coagulum van het waschwater, waarmede de cups en emmers schoongemaakt worden, uit scraps, d.w.z. de rubber, die op de tapsnede blijft zitten nadat de latex opgehouden heeft te vloeien, en uit coagulum ontstaan uit latex, die langs de boomstam is gevloeid en niet in de cup is terecht gekomen, maar op den grond.

De kleur van de lower grades varieert van licht bruin tot bijna zwart (aardrubber). De behandeling daarvan komt overeen met die van pale crêpe.

Rubber wordt verpakt in kisten, meestal vervaardigd van z.g. triplexhout. In een kist van de gewone standaardafmetingen gaan 70 kg. crêpe of 100 kg. smoked sheet of 65 kg. van lower grades.

Sedert eenige jaren wordt rubber in Ned.-Indië ook bereid volgens een geheel afwijkende methode, het z.g. Hopkinson procédé. De latex wordt hierbn' in een hoogen toren verstoven, waarin de lucht tot een hooge temperatuur verwarmd is; het water van de latex verdampt hierdoor en de rubber wordt op den bodem van den toren teruggevonden in den vorm van een zachte koek. Deze rubber, z.g. sprayed rubber, wordt daarna zwaar geperst en in balen van jute-goed verpakt en verzonden. Het verstuivingsprooédé is slechts geschikt voor zeer groote ondernemingen of voor een aantal ondernemingen, die een gemeenschappelijke fabriek bezitten. In Indië zijn twee verstuivingsfabrieken werkzaam, waarvan één op Java en één op Sumatra.

Bubberopbrengsten en methoden om deze te verhoogen. Een rubberboom wordt, zooals reeds gezegd, onder gewone omstandigheden in tap genomen op 5- of 6-jarigen leeftijd. De productie in het eerste tapjaar bedraagt ongeveer 225 kg. per ha. Met het ouder worden van de boomen stijgt het product geleidelijk. Een volwassen tuin, d.w.z. van 15 a 16 jaar oud, produceert jaarlijks ± 500 kg. rubber per ha. Volgens de aanwezige statistieken schijnt daarna een productiedaling in te treden; het is echter zeer goed mogelijk, dat deze lagere productie veroorzaakt is door de weinig rationeele behandeling, die de oudste tuinen