is toegevoegd aan je favorieten.

Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NATIONALISTISCHE BEWEGING (INDONESISCH-).

901

„veelzijdige samenwerking een onmisbare voor„waarde voor een werkelijk vruchtbaar bewind. „Zij zal dan ook elke zich voordoende gelegen„heid aangrijpen om de aanhangers van de „non-coöperatie gedachte tot ander inzicht te „brengen, en vooral trachten elke aanleiding weg „te nemen en te vermijden, welke aan non-coö„peratie een schijnbaar-redelijken grondslag zou „kunnen geven".

Intusschen zette de Indonesische Studieclub te Soerabaja haren socialen en economischen arbeid voort. Zij gaf den stoot tot oprichting van internaten, een vrouwen-tehuis, een weefschool, een coöperatieve slagerij, een nijverheidscentrale, een credietbank „Boemipoetra", een „Bank Nasional Indonesia", enz., terwijl zij voorts adviesbureaus heeft ingesteld ter bestrijding van den woeker, ter bevordering van coöperaties en ten behoeve van de vakbeweging (zie: Mededeelingen der Regeering omtrent enkele onderwerpen van algemeen belang, Juni 1930).

De Algemeene Studieclub te Bandoeng bleef echter, van hare oprichting af, zich in revolutionnair-nationaüstische richting bewegen. Aan het hoofd dezer groep van principieele non-coöperators stond Ir. Soekarno. Deze club nam het initiatief tot de oprichting van een revolutionnairnationalistische volksvereeniging, de „Partai Nasional Indonesia", welke de bestaande sociaal- en o.q. religieus-politieke Inlandsche organisaties in hare grondslagen zou aantasten en het „Indonesisch nationalisme" als agressief-revolutionnair beginsel onder de breede volksmassa, vooral op Java, maar ook daarbuiten, zou propageeren.

Partai Nasional Indonesia. In de kringen der Perhimpoenan Indonesia werd reeds in 1926 het plan beraamd tot vorming van een revolutionnair-nationalistische volkspartij °P Java, welke, in nauwe samenwerking met.de Indische Communistische Partij aldaar, zou streven naar de „onafhankelijkheid van Indonesia". Dit doel zou worden nagestreefd door „een bewuste, op eigen kracht en eigen kunnen steunende nationalistische massa-actie". De Partij zou geleid worden door de Algemeene Studieclub te Bandoeng, de Indische voortzetting van de Perhimpoenan Indonesia, welker beginselen en leuzen met het oog op de Indische verhoudingen gemitigeerd c.q. gecamoufleerd waren. Aan deze plannen werd de bodem ingeslagen door de maatregelen der Regeering tot onderdrukking van de ontijdig uitgebroken communistische opstandbewegingen.

Toen de rust op Java was teruggekeerd, werd in April 1927 in een bijeenkomst van Ir. Soekarno, Mr. Iskaq Tjokrohadisoerjo, Tjipto Mangoenkoesomo, Mr. Boediarto en Mr. Soenarjo besloten tot instelling van een comité van voorbereiding voor de oprichting van een revolutionnaire volkspartij °P nationalistischen grondslag. Deze kwam op 4 Juli 1927 te Bandoeng tot stand, onder der naam „Perserikatan Nasional Indonesia" (P. N. I.), die zich volgens hare statuten ten doel stelde: „te streven naar de onafhankelijkheid van Indonesia", door een „bewuste" volksbeweging, gegrond op eigen kracht en kunnen; voorts door samenwerking met en steunverlening aan andere vereenigingen met gelijk streven»

De P. N. I. zou volgens haar beginselprogram slechts een regeeringsstelsel erkennen, dat uit en door het volk in het leven zou zijn geroepen, hetgeen alleen mogelijk werd geacht in een onafhankelijken staat. Zij zou mitsdien naar middelen zoeken om „Indonesia los van Nederland" te maken langs den weg van „non-coöperatie". Als „allereerste middel om de geheele structuur der Indonesische samenleving te herstellen" werd het bereiken van de politieke onafhankelijkheid d. i. het beëindigen van het Nederlandsche bestuur, aangemerkt. Door ontplooiing van eigen krachten zou een eigen nationale administratie in het leven worden geroepen binnen de bestaande algemeene administratie. In het voorloopig hoofdbestuur namen zitting: Ir. Soekarno als voorzitter, Mr. Iskaq Tjokrohadisoerjo als secretaris-penningmeester en Dr. Samsi Sastrowidagdo als commissaris Andere figuren in de leiding der P. N. I. waren Mr. Boediarto, Mr. Sartono, Mr. Soenarjo en Ir. Anwari.

Een aanknoopingspunt voor samengaan met andere organisaties vond de P. N. I. al dadelijk in het optreden der Nederlandsche Justitie tegen de Perhimpoenan Indonesia te 's-Gravenhage. In een protestvergadering, op 14 Augustus 1927 te Bandoeng gehouden, gispte Ir. Soekarno in scherpe bewoordingen het optreden der autoriteiten in Nederland. Mr. Iskaq gaf daarop een overzicht van de ontwikkelingsgeschiedenis der Perhimpoenan Indonesia, zooals die voorkomt in het „Gedenkboek" dier vereeniging; voorts wees hij op de beteekenis der „Liga tegen koloniale onderdrukking" voor de vrijheidsbeweging der overheerschte volkeren.

Den 25sten September d.a.v. werd tezelfder plaatse een propaganda-vergadering gehouden, waarin Mr. Iskaq een historisch overzicht gaf van de„ontwikkeling van Indonesië onder het Nederlandsch Bewind", om vervolgens een uiteenzetting te geven van het doel der P. N. I. en van haar beginsel van non-coöperatie.

Op 9 October d.a.v. had een openbare vergadering te Jogja plaats, waarin als sprekers optraden Mr. Soenarjo en Mr. Soejoedi, die voor een beperkt gehoor een historisch-materialistische verklaring gaven van het ontstaan der koloniale verhouding, welke huns inziens alleen door noncoöperatie zou kunnen worden ontwricht en opgeheven.

Grooter succes had een propaganda-vergadering, welke op 4 December 1927 door de pas opgerichte afdeeling „Jacatra" der P. N. I. te Batavia werd gehouden, bijgewoond door een 600-tal personen, w.o. afgevaardigden van verschillende Inlandsche vereenigingen. Mr. Boediarto, voorzitter der afdeeling, gaf een uiteenzetting van de grondslagen der P. N. I., van de geschiedenis der Nederlandsche koloniale politiek en van de beteekenis van het Aziatisch réveil. De P. N. I. ging volgens spreker uit van de stelling, dat de welvaart van een land samenhangt met een rer geeringssysteem, waarbij de Regeering ten volle verantwoording schuldig is aan het volk, welk stelsel slechts dan verkregen kan worden, wanneer de Regeering uit en door het volk is gekozen, hetgeen alleen een vrij volk kan doen. Nederland zal echter een zoodanigen regeeringsvorm uit zich zelf niet schenken aan het volk,dat daarom op eigen kracht moet steunen en de hulp van anderen in zijn streven naar vrijheid niet kan aanvaarden.