is toegevoegd aan je favorieten.

Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BELASTINGEN.

329

De verponding. (Vervolg).

kan echter in mindering worden gebracht het bedrag, dat volgens goed koopmansgebruik in het betrokken boekjaar moet worden afgeschreven wegens vermindering in dat jaar van de gebruikswaarde van alle zaken, met uitzondering van den grond, welke ter verkrijging van de brutoopbrengst worden gebezigd voórzoover die zich op het belastingplichtig goed bevinden, daaronder begrepen verpakkingsmiddelen voor de verzending der producten.

- Voorts is afschrijving toegestaan op vorderingen ter voldoening van de bruto-opbrengst en tot verhaal van voorschotten op de kosten tot verwerving, inning en behoud dier bruto-opbrengst, terwijl eveneens eene vermindering toelaatbaar is met het bedrag van hetgeen jaarlijks afgeschreven moet worden wegens het afloopen van aan een termijn gebonden rechten op den grond, waarvan de producten afkomstig zijn.

Andere belastingen dan wegenbelasting — dus ook de verponding zelve — komen niet voor aftrek in aanmerking. Ook de verschuldigde canon kan niet in mindering worden gebracht.

Voorzoover de kosten tot verwerving, inning en behoud der bruto-opbrengst bestaan in eigen -arbeid van den rechthebbende op die opbrengst worden zij geschat op het bedrag, dat zou moeten worden uitgegeven om dien arbeid ia loondienst te doen verrichten.

Werden onder de oude ordonnantie biljetten slechts ter invulling verstrekt voor andere onroerende goederen dan gebouwen met hunne aanboorigheden, volgens artikel 16 der Verpon"dingsordonnantie 1928 kunnen de ambtshalve verstrekking van een aangiftebiljet en de verstrekking daarvan op verzoek zoowel voor het gebouwd als voor het ongebouwd plaats hebben. Voor het gebouwd beperkt de aangifte zich echter tot de meer samengestelde perceelen.

De uitvoering van de ordonnantie is niet langer opgedragen aan ééne commissie voor geheel Nederlandsch-Indië, doch aan de Inspecteurs van Financiën, ieder voor zijn ressort, hetgeen eene vlotte en spoedige vaststelling van den aanslag bevordert.

De belastingschuldige is gehouden aan den met den aanslag belasten Inspecteur en de ambtenaren van den belastingaccountantsdienst desgevraagd inzage te verleenen van de boekhouding en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden.

Bij de ordonnantie in Ind. Stb. 1932 no. 127 is in afwachting van de vaststelling der verpondingswaarde en van den aanslag het opleggen van voorloopige aanslagen overeenkomstig de aannfte mogelijk gemaakt ten einde renteverlies voor het Land te voorkomen.

Indien na de verstrekking van een aangiftebiljet ondanks eene aangeteekend per post versonden aanmaning verzuimd is aangifte te doen lan wel niet is voldaan aan de verplichting tot het >verleggen van de noodige bescheiden tot het verleenen van inzage der boekhouding wordt de n den aanslag te begrijpen belasting met honlerd ten honderd verhoogd. Evenals voor andere belastingen is de Directeur van Financiën beroegd op grond van dwaling of verschoonbaar verzuim ontheffing van die verhooging te ver- I eenen.

Ook in andere opzichten is de nieuwe regeling I

aangepast aan de ordonnantie op de vennootschapsbelasting 1925. Met name is ook het instituut der navordering voor de verponding ingesteld. Uit billijkheidsoverwegingen wordt echter de verhooging bij navordering niet toegepast op het evenredig deel van den aanslag, dat door overdracht is overgegaan op een ander dan den aangever.

Door den Hoofdinspecteur van Financiën wordt nog slechts beschikt op bezwaren tegen den aanslag van hen, die tot het doen eener aangifte werden uitgenoodigd; op de bezwaren van anderen neemt het hoofd der inspectie, dat den aanslag heeft vastgesteld, eene beslissing.

Evenals de oude ordonnantie kende de Verpondingsordonnantie 1928 oorspronkelijk geen tusschentijdsche verhooging van den aanslag. Bij de ordonnantie in Ind. Stb. 1933 no. 63, verbeterd bij die in Ind. Stb. 1934 no. 62, is daarin echter in zooverre verandering gekomen, dat indien op een onroerend goed na het voor den aanslag beslissend tijdstip nieuwe gebouwen worden opgericht of bestaande gebouwen worden vergroot of vervangen, de verpondingswaarde en de aanslag worden verhoogd met ingang van de maand, volgende op die waarin de nieuwbouw voltooid is. In geval van vergrooting of vervanging van een bestaand gebouw bedraagt die verhooging van de verpondingswaarde het verschil tusschen die van het nieuwe en die van het oorspronkelijke gebouw, beoordeeld op evengenoemd tijdstip (ar tikel 15a).

Eene bloote stijging van de verpondingswaarde in den loop van het belastingtijdvak zonder meer heeft dus geen verhooging van dén aanslag tengevolge.

Tegelijk met het algemeen betrekken van den nieuwbouw in de belasting is de uitdrukkelijke vrijstelling van onroerende goederen, waarvan de jaarlijksche aanslag in hoofdsom minder dan Sén gulden zou bedragen (art. 4, lid 1, ten 10e), — welke bepaling tot onbillijkheden aanleiding gaf, die voorheen door de Regeering met toepasring van de z.g. billijkheidsordonnantie in Ind. 3tb. 1928no. 187 werden teniet gedaan — komen ;e vervallen. Die minimum-aanslagen worden nu rel vastgesteld, maar niet ten kohiere gebracht ;n ingevorderd.

Was volgens artikel 28 der oude ordonnantie (ene tusschentijdsche herziening van den aanslag n den zin eener vermindering slechts mogelijk vanneer het belastingplichtig goed dan wel het laarop gebouwde of geplante tengevolge van .angebrachte belangrijke veranderingen, zich 'oorgedaan hebbende buitengewone omstandigleden of ondervonden rampen zich geheel of ten leele in anderen toestand bevond dan die, waarin iet verkeerde bij den aanvang van het z.g. doode aar — het jaar, onmiddellijk voorafgaande aan iet belastingtijdvak — en dientengevolge de 'erpondingswaarde van het goed met meer dan én vierde was verminderd, artikel 33 der Verondingsordonnantie 1928 staat op het standmnt dat de oorzaak der vermindering van de erpondingswaarde met meer dan één vierde van iet het minste belang is. De aanslag wordt dus ij eene zoodanige vermindering der verpondingswaarde altijd dienovereenkomstig verminderd.

Daarnaast geeft eene volkomen nieuwe bepang (artikel 34) gelegenheid tot vermindering van en aanslag als een belastingplichtig goed, waar-

84