Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43

nam zijn aanvang aan de Wilde Venen ten W. van het latere Moerkapelle, verwijdde zich tusschen Bleiswijk en Zevenhuizen tot de B1 e i s w y ksche Meren, liep dan om de Nes, nu Nessepolder, heen, die later is afgesneden geworden, en dan verder tot den Rotterdam (omstr. 1280), — alleen een klein gedeelte ten N. van Terbregge schijnt recht gegraven.

Het gedeelteten N. van de Bleiswijksche Meren heette vroeger, althans in 1373 de Leede x) en lag onmiddellijk langs de westzijde van den tegenwoordigen loop. Op de kaart van het Hoogheemraadschap Schieland (van 1765) is dat oude bed nog als droog en met den naam „Oude Lede" geteekend en daarnaast de tegenwoordige loop als „het Nieuwe Diep". Mr. S. Muiier Hzn. en Dr. Gosses zeggen, dat reeds in de 13e eeuw de Rotte ten N. van de Bleiswijksche Meren ook het Diep heette *j, maar uit de uitdrukking „te halve Dipe tusschen Blesewic ende Zevenhusen" 8) is dit m. i. niet af te leiden, daar dit bij grensbepalingen van elk water gezegd werd.

G. Voordat wij nu nog de waterkeeringen in het Noorden van dit gebied beschouwen, een enkel woord uit de geschiedenis der wateren, waarmede zij in verband stonden.

De zoogenaamde middelste Rijnarm van de Romeinsche schrijvers, waarvan Kromme Rijn en Oude Rijn overblijfselen zijn, verdeelde zich vroeger bij Vechten — het Romeinsche Fectio, in tweeën: in een linker arm, die, den naam R ij n behoudende, eerst westwaarts langs de Koppel en de Groote Wade tegenover de Liesbosch (nog „de Way" op de kaarten van Utrecht door de Roy ca. 1740 en van de Vrijheid der Stad Utrecht door Specht 18e eeuw) liep, hier zuidwaarts omboog naar Jutfaas en dan weer westwaarts ging langs den nog bestaanden Randijk (— Rijndijk) tot in den IJsel bij Eiteren, — terwijl de rechterarm, de Vecht, noordwaarts ging langs Ameliswaard en door het Vossegat en dan ten O. van de stad Utrecht om langs het klooster Oudwijk, waar hij nog als „de Oude Vecht" is weer te vinden; de Vecht liep dan langs een gedeelte van de tegenwoordige Biltsche Grift en het Ooster-Stroompje ten N. van Utrecht om èn dan ten Westen van de tegenwoordige Vecht door de Hooge Landen ende Ondiepten4) langs het in 1375 gestichte Karthuizer Klooster, waar de oude loop nog weer te vinden is, tot de voormalige buitenplaats Groenendaal, van waar de rivier in haar nog bestaand bed vloeide.

Uit dien ouden Vechtstroom, die wel degelijk eenmaal een Rijnarm moet geweest zijn, getuige de klei langs zijn oevers, scheidde zich links een arm af, die waarschijnlijk de hoofdstroom van den Rijn was, gaande door de Min of den Minstroom (nog ten deele overig) en dan on-

*) v. Mieris, Charterboek III, bl. 28Z

') Bijdr. Vad. Gesch. en Oudheidk. Ve. R., DL II, bL 294 en 295.

*) Reg. Graaf Florens, bL 208, N°. 126.

4) Zie in dezen atlas: De Republiek in 1795, bL 9, carton.

Sluiten