is toegevoegd aan je favorieten.

De politieke zijde van het Nederlandsch-Belgisch tractaat van 3 april 1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De buitenlandsche politiek van Engeland.

Het gevaar, dat de Belgen vasten voet zouden krijgen aan den mond van de Schelde, was ten slotte niet zeer groot. Engeland's belang gedoogt het niet, aangezien alsdan, zoodra de kleine staat onder Fransche leiding is, een groote mogendheid aan het Kanaal een uiterst sterke positie zou innemen. De Britsche politiek is er eeuwenlang zorgzaam op gericht geweest, dit te beletten, en zij blijft daarop berekend, al kan het den oppervlakkigen waarnemer soms anders gesteld schijnen. De formidabele ontwikkeling van de strijdmiddelen, te lande, in de lucht en onder zee, maakt Engeland's zorg ter zake grooter dan ooit. Een der vaste medewerkers van de „Fortnightly Review" heeft in het Aprilnummer zijn landgenooten gerustgesteld: dat de Britsche diplomatie waakzaam blijft. Hij schrijft en wij cursiveeren:

„The usual thing for many people in Britain to say is, that there is no British foreign policy. According to these people British policy is produced daily as events happen .... But they mistake methods for principles and execution for guiding rules. It is quite right to say that the methods of British diplomacy are flexible, and that in the execution of its designs it exhibits an amazing inconstancy and vacillation. But behind this nebulosity in execution there is a cast-iron principle which has existed as far as Europe is concerned, for centuries and which remains today as powerful as it was in the days of Queen Elisabeth: British security demands that no single f oreign power shall have a dominating position in the Channel and in the North Sea .... Changing methods of warfare, and especially the developttient of aerial navigation, have altered the conditions of British security, but the essential principle remains the same. British policy in Europe could choose with right for its motto the words „semper idem"." x)

1) „Vele Engelschen plegen te zeggen, dat er geen Britsche buitenlandsche politiek is. Naar hun meening wordt de Britsche politiek dagelijks door de gebeurtenissen bepaald .... Doch zij verwarren methodes met beginselen en uitvoering met richtsnoeren. Het is volmaakt juist te zeggen, dat de methoden der Britsche diplomatie buigzaam zijn, en dat deze in de uitvoering van haar oogmerken een verbazingwekkende onstandvastigheid en weifeling vertoont. Doch achter deze nevelachtigheid in uitvoering is een onverzettelijk beginsel, dat voor zoover Europa er bij betrokken is eeuwen lang bestaan heeft, en dat heden ten dage even machtig is als het was in de dagen van Koningin Elisabeth : Britsche veiligheid vordert, dat geen buitenlandsche mogendheid een overheerschende positie inneemt in het Kanaal en in de Noordzee De nieuwe wijzen van oorlogvoering en vooral de vlucht van de

luchtvaart hebben de voorwaarden voor de Britsche veiligheid gewijzigd, doch het wezenlijke beginsel blijft hetzelfde. De Britsche politiek in Europa zou met recht voor haar devies kunnen kiezen de woorden ,,semper idem"."

6