is toegevoegd aan je favorieten.

Om der waarheid wil

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

nen. tenzij wij de leidende gedachte, die zulk een deel doortrekt, er uit lichten. Dat is niet ieders werk en het gevaar dreigt daarbij, dat men mit dem Bad das Kind hinwirft. Wij moeten daarom altijd met heilige handen Gods Heilig Woord aanvatten, en daarbij voegt ons bescheideaheid, niet alleen ons, Gereformeerden, maar ook den Modernen en Ethischen, een bescheidenheid, waarin ons een geleerde en openbaringsinstrument als de Apostel Paulus voorgaat, die zich niet te hoog acht in 1 Cor. 13 : 12 dit diepzinnige woord neer te schrijven: „Nu leer ik ten deele kennen, maar alsdan zal ik volkomen kennen, zooals ik ook volkomen gekend ben."

Het is nu voor alles de Oergeschiedenis en daarin weer inzonderheid Genesis 1—3, waartoe wij met die Paulinische bescheidenheid moeten genaken. Grijpt men de leidende gedachten uit Genesis 1—3 uit, dan staan de feiten, de groote gedachten, voor den Bijbelgeloovige vast. Begeeft men zich echter tot de détails, tracht men zich een voorstelling te vormen van den gedachtenvorm, van de uitdrukkingswijze, van de letter van wat er staat, dan komen de ontzaggelijke moeilijkheden, waarmede niet wij. Gereformeerden alleen, maar ook niet-Gereformeerden te kampen hebben. Men beseft op grond van exegetisch onderzoek, dat het niet aangaat alles letterlijk op te vatten. Maar hoe dan? Voor ons. Gereformeerden, staat het „dat" der groote feiten, de historiciteit der leidende gedachten vast, en zelfs, wanneer wij ons eens stellen op dat standpunt, dat wij alleen letten op de historische gegevens, die wij van buiten den Bijbel bezitten, zoo zie ik nog geen reden om aan 't „dat" der groote feiten te tornen, maar wat de détails en de letterlijke uitdrukkingswijze betreft, zijn wij evenmin als de Modernen en Ethischen tot resultaten gekomen, waarvan men kan zeggen, dat zij altijd onomstootelijk zullen vaststaan en wij zullen er wellicht ook nimmer toe komen. Echter hebben wij toch de behoefte en zeker ook als mensch, die beeld Gods is, de roeping om te trachten tot meerder inzicht te geraken en daartoe is onderzoek noodig, een onderzoek, waartoe elk, die zich meer „eingehend", meer intensief