is toegevoegd aan uw favorieten.

Recht in de zaak Geelkerken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

steeën in het systeem zijner tegenpartij en in zijn eigen systeem wist te

zoeken, en met vasthoudende energie zocht wat hij kon aanvoeren, en desondanks mij verzekerde : zelf mijn zaak bepleiten, ik heb het wel eens gedaan, maar juist toen heb ik beseft, dat men den bijstand van een pleitbezorger reeds om enkel-psychologische redenen niet missen kan.

En opmerkelijk in dit verband is ook, dat het „Openbaar Ministerie" (officier van Justitie enz.), door den wetgever ingesteld als een onpartijdig orgaan, door de practijk in de zaken, waarin het tot eene vervolging is gekomen, dermate een partij-standpunt is gaan innemen, dat Jan-pubhek is gaan spreken van „de groote bullebak".

Opmerkelijk is ook, dat de moeilijkheid om het besef der onpartijdigheid des rechters te bewaren het grootst wordt op de momenten, waarop de rechter „instructie-werk" gaat doen, zich in de debatten mengt, feitelijk onderzoek verricht, enz.

• * •

Maar onwillekeurig geraak ik op het terrein, dat ik liever voor „den jurist in de Rotterdammer" wil vrijlaten. Laat ik terugkeeren tot hetgeen H. H. K. speciaal in verband met mijn Telegraaf-artikel heeft opgemerkt»

Want juist wat daaromtrent is opgemerkt, leek mij een zoo groote schennis van den regel, dien juristen onderling plegen te volgen, om namelijk elkanders beweringen en conclusies niet onjuist voor te stellen, dat ik niet heb kunnen nalaten, daartegen op te komen.

Ik laat dan nog terzijde zijne verwijzing naar het spreekwoord : pour savoir quelque chose, il faut avoir 1'appris.

Zelfs mag ik laten rusten de bewering, dat ik „blijkbaar van het Gereformeerde Kerkrecht al zeer slecht op de hoogte" zou zijn.

Hetgeen, waartegen ik in H.H.K.'s beschouwingen om zakelijke redenen wel groot bezwaar moet maken, concentreert zich speciaal in de volgende zinsneden, die zich aandienen als eene betrouwbare weergave van wat ik geschreven had, doch dit ten eenenmale niet zijn: daarmee inbreuk makend op den algemeenen rechtsregel, dat men niemands woorden in een debat mag verdraaien:

Van een „gezag", dat meerdere vergaderingen zouden kunnen uitoefenen, zou volgens hem eigenlijk geen sprake kunnen zijn, aangezien in Art. 84 gezegd wordt, dat geen Kerk over andere Kerken heerschen zal.

Hieruit leidt hij dan af, dat de Classis geen zeggenschap heeft over eenige gemeente, geen particuliere Synode zeggenschap of macht heeft over Classis of gemeente, en geen Generale Synode over Particuliere Synode, Classis of gemeente.

Eigenlijk zou de kerkrechtelijke positie dus wezen, dat deze gezamenlijke Kerken vrijwel alleen adviseerend kunnen optreden. Zie, wie dergelijke dwaasheid, als vooral in de laatste alinea vervat, voor ons Kerkrecht thans nog zou verkondigen, zou inderdaad beter doen, te zwijgen.

En naar kerkelijk èn wereldlijk recht meen ik dan ook er tegen op te moeten komen, dat hetgeen ik aan „De Telegraaf' ter plaatsing deed toekomen met eene dergelijke omschrijving bij het kerkelijk publiek wordt aangediend.1)

J) Huiverig kan men worden, wanneer men erop let, dat zooiets tebeurt kan vallen aan hetgeen nog slechts over de formeele zijde der kwestie-Geelkerken, en dan met laat ik slechts zeggen: in elk geval neutrale intenties, geschreven werd.