Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

200

§ 123. Wiclef, Hus enz.

Praag in fanatisme overtroffen. Het interdict onderhielden de geestehjken van Praag zeer streng, zoodat de kathoheken weldra verzet aanteekenden tegen Hus en de zijnen. Deze verhet op verlangen des konings de stad, trok zich op de kasteelen (Kozihradek en Krabowec) zijner vrienden terug en schreef een reeks van boeken, vooral zijn hoofdwerk Tractatus de Ecclesia1). Intusschen hield de aartsbisschop Conrad van Vechta in Februari 1413 een groote synode te Praag. De theologische faculteit eischte de veroordeeling der Hussietische dwaling; koning Wen zei begunstigde de voorstanders van Hus, zoodat de synode tot geen uitkomst geraakte en het gevaar van dag tot dag steeg.

8°. Dientengevolge gaven W e n z e 1 en koning Sigismund aan Hus den raad, zich voor de kerkvergadering van Constanz te stellen, en beloofden hem vrijgeleide voor de reis. Na eenig aarzelen toonde Hus zich bereid en kwam 3 November 1414 te Constanz aan. Joannes XXIII ontsloeg hem voorloopig van ban en interdict, maar verbood hem het Mis-lezen en preeken. Dit laatste onderhield Hus echter niet en werd daarop gevangen gezet. Intusschen ging het onderzoek voort en bracht een reeks van 58 stellingen uit zijn geschriften, vooral uit het Tractatus deEcclesia, bijeen. Hiervan veroordeelde de synode er 30. De voornaamste zijn : De Kerk bestaat alleen uit gepraedestineerden (1). De voor de verdoemenis bestemden behooren niet tot de Kerk (3). Petrus was niet het hoofd der heilige kathoheke Kerk (7). De pauselijke waardigheid is voortgevloeid uit de keizerlijke macht (9). Zonder een bijzondere openbaring kan niemand van zich zelf of een ander met reden verklaren, dat hij het hoofd van een bepaalde Kerk is (10). Wat men doet in staat van doodzonde is kwaad, wat men doet in staat van genade is goed (16). Een priester moet prediken, ook wanneer hij in den ban is (18). Door de censuren (ban, suspensie en interdict) bereidt de geestelijkheid den weg voor den antichrist (19). Wanneer de Paus slecht, vooral wanneer hij voorbestemd-is ter helle, dan is hij niet het hoofd der strijdende Kerk (20). Voordat de pausschap ingevoerd was, werd de Kerk door de apostelen en trouwe priesters des Heeren goed bestuurd (29). La staat van doodzonde is niemand

*) Moniimenta etc. I, 196—256.

Sluiten