Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 124. Verdere dwalingen.

205

openbaarde zich de zoogenaamde danswoede onder het volk1), vooral te Aken, Keulen, Gulik, later in Gelderland, Limburg, Luik en Vlaanderen. Tal van mannen en vrouwen, bijzonder uit de geringste volksklasse, vereenigden zich op straten en pleinen, vooral echter in kerken, en dansten en gilden het woord frisch of zongen het rijm : Here sent Johan so, so, frisch end fro, here sent Johan ; omhelsden elkander en dansten, totdat zij uitgeput nedervielen en van benauwdheid schenen te sterven. Ook trok men met bloemen getooid van heiligdom tot heiligdom rond. Afkeer van de geestelijkheid was bij hen algemeen. Ook visioenen, vergezeld van krampachtige gebaren, kwamen voor. Te Maastricht, waar groote beroering ontstond, en in het Luiksche nam de geestelijkheid exorcismen te baat. Aan ketterij kan bij deze ongelukkigen nauwelijks worden gedacht.

4°. Dit laatste kan niet gezegd worden van Joannes van Wezel 2) (R i c h r a t), aldus geheeten naar de stad van dien naam (Oberwesel ?). Hij was student en later professor te Erfurt. In 1450, tijdens het jubilé van Nicolaus V, schreef hij tegen den aflaat en ontzegde den Paus de macht, de kwijtschelding van zondenstraffen te verleenen 8). Na prediker te zijn geweest te Worms, werd bij pastoor van den dom te Mainz, waar het geestelijk gerechtshof hem tot levenslange opsluiting veroordeelde. Na het proces herriep hij met de woorden : „Ik onderwerp mij aan de Kerk en aan de uitspraken der leeraars en bid om genade." Na twee jaren overleed hij in het klooster der Augustijner-Eremieten.

Jan van Wezel leerde : Het eeuwig leergezag is de H. Schrift, die alleen door Christus kan worden verklaard. Van eeuwigheid af heeft God zijn uitverkorenen opgeteekend in het boek des levens ; niemand wordt er uitgewischt noch bijgevoegd, ban noch hiërarchie of aflaat kan iets daarin veranderen. Het lichaam van Christus kan in de H. Eucharistie tegenwoordig zijn, zonder dat het wezen des broods verandert. Christus wil geen feesten, geen vasten en geen bepaalde gebeden buiten het

') Die Tanzwuth, Berlin 1832. Israëls, De danswoede in de Nederlanden. Nederl. weekbl. v. Geneeskunde, Jg. 1866, No. 36—38.

2) Clemen, Deutsche Zeitschrift f. Geschsw. 1897, II, 143 ff. ; 344 ff. Paulus, Zeitschr. f. k. Theol. 1900, S. 644 ff. ; Der Katholik, 1898, I, 44 ff.

3) Joannes de Vesalia adv. indulgentias disputatio. Walch, Mon. med. aevi, Göttingae 1767, II, 1.

Sluiten