Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 125. Spaansche inquisitie.

209

gunste der Joden rechtvaardigheid. Martinus V verbood in 1421 het doopen der Jodenkinderen tegen den wil der ouders. Toch ontvlamde de toenemende rijkdom en hemeltergende woekerij den haat tegen de Joden telkens opnieuw. In Duitschland werden ze gedurende de XV eeuw uit nagenoeg alle steden verdreven.

Niet zelden ging met de vervolging een onvoorzichtige ijver voor de bekeering der Joden gepaard. Vooral geschiedde dit in Spanje, waar ze vaak hadden te kiezen tusschen het doopsel en den dood. Zoo kan het niet anders, of er moest weldra een groot aantal schijnbekeerden worden gevonden, de zoogenaamde Marranos. Dat deze verkapte Joden gevaarlijker waren dan de bekende, spreekt van zelf. Niet alleen in hooge wereldlijke ambten, maar ook in kerkehjke waardigheden, zelfs in bisschoppelijke drongen zij binnen en brachten in Spanje het Christendom in gevaar.

2°. Tegen deze Joden-christenen en andere afvalligen werd de Spaansche inquisitie opgericht. Hiertoe gaf Sixtus IV verlof door een bul van 1 November 1478 x). Eerst beproefde men zachtere middelen zooals preeken enz., doch tevergeefs. Nu benoemden Eerdinand en Isabella twee Donainicanen en een wereldgeestelijke tot inquisitoren voor het bisdom Sevüla. De hardnekkige Joden-christenen werden overgeleverd aan den wereldlijken arm en verbrand. Dat er in de wijze van procedeeren weldra rmsbruiken voorkwamen, blijkt uit een breve des Pausen van 29 Januari 1482, waarin op zachtheid en overleg met de bisschoppen werd aangedrongen en de benoeming van inquisitoren voor de overige deelen des rijks geweigerd. Om den gerechtelijken gang niet te vertragen, benoemde S i x t u s IV, bhjkbaar op verzoek van Ferdinand en Isabella, den aartsbisschop van Sevüla tot rechter in hoogste instantie (25 Mei 1483). Hieruit echter vloeide het nadeel, dat de bovenmatige strengheid der Spanjaarden onttrokken was aan den verzachtenden invloed van Rome. Reeds den 2 Augustus 1483 klaagde dan ook de Paus over de onverantwoordelijke hardheid der inquisitie. Daarom eischte hij, dat het vonnis, in hoogste instantie te Rome gewezen, ook in Spanje zou worden geëerbiedigd ; dat men de met hun misdaad verlegen boetelingen in het geheim zou ontslaan ; dat men de eens ontslagenen ongemoeid zou laten. Ten slotte vorderde de Paus uit(kukkehjk, dat men de handjniet

x) De tekst schijnt verloren. P. Albers, S. J. Kerkgesch. II.

14 *

Sluiten