Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 126. Licht- en schaduwzijden.

211

§ 126.

Licht- en schaduwzijden. Streven naar hervorming.

Pastor, Geschichte der Papste, B. I—IV. Hefele, Conciliengeschichte, B. VI—VIII. 67. Orupp, Kulturgeschiehte des Mittelalters, 2 Bde, Stuttgart 1894—95. V. der Hardt, Magnum oecum. Constantiense concilium, 6 voll., Francof. et Lipsiae 1896—1700. Tüb. Quartalschrift, B. 50, S. 68 ff. Hist. Jahrb. d. Görresgesellschaft, B. 19, S. 29 ff. 447 ff.

1°. Al daalde ook het kerkehjk gezag en verslapte de kerkehjke tucht, toch had ook het laatste gedeelte der middeleeuwen zijn verbhjdende lichtzijde x). Het geloof b eef altijd zeer levendig en uitte zich in echt christelijke werken. Het volksleven was gezond. In de hoopvolle kathoheke levensbeschouwing was plaats voor gemoedelijkheid en vrije schalkschheid, die men in alle standen aantrof. Openlijk werd de misdaad bestreden, de ondeugd zelfs in de hooggeplaatste personen met groote vrijmoedigheid gelaakt. Het godsdienstig onderwijs werd vlijtig gegeven. Talrijk waren de boetepredikers, die niet alleen met het woord, maar ook met de pen hun heilzame leeringen verspreidden onder het volk. Zoowel de werkende stand als de rijkere koopheden vereenigden zich in gilden, die, een christehjken geest ademend, met den welstand ook den kerkelijken zin der stedelingen bevorderden. Nooit was wellicht de weldadigheid grooter dan juist in dezen tijd. Alle soorten van weldadige stichtingen verrezen alom 2). Bijzonder werd deze periode gekenmerkt door een groot aantal ijverige mannen, Zaligen en Heiligen van beiderlei geslacht, niet alleen onder de geestehjken en kloosterlingen, maar ook onder de leeken 8) ; door heldenmoed en opoffering, door ziekenverpleging en vaderlandsliefde. Men

*) Janssen, Geschichte des deutschen Volkes, I Band, XVII—XVIII Aufl. passim. Pastor, Geschichte der Papste, III Band, III—IV Aufl., Einleitung, S. 1—164.

2) Ratzinger, Geschichte der kirchl. Armenpflege, II. Aufl. Freiburg 1884. Blaize, Des Monts-de-piété et des banques de prêt sur gage, 2 vols, Paris 1856. Holzapfel, Die Anfange der montes pietatis, München 1903. P. Alberdingk Thvjm, Gestichten van liefdadigheid in België van Karei den Groote tot aan de XVI eeuw, Brussel—Leuven 1883. Moll, II, 4, bl. 223 vv. David de Kok O. F. M. De Montes pietatis. Voorloopers van de tegenwoordige volksleenbanken, De Katholiek, Oct.—November 1912. Lallemand, Hist. de la charité, Tom. III : Le Moyen-age, Paris 1906.

3) De Heiligen zie bij Möhlei—Qams. Kirchengeschichte, III B., Regensburg 1868, S. 36—52. Pastor, Gesch. der Papste, III, 63—66.

Sluiten