Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 126. Licht- en schaduwzijden.

213

middelen der H. Kerk, de Zondagsviering, het naderen tot de HH. Sacramenten, vasten enz. werden door zeer velen verwaarloosd. Een groote ramp voor het volk was zeker het heerschende bijgeloof, de bestrijding der heksen, het bedrog der astrologen, alchimisten, waarzeggers enz. De koningen en vorsten gaven er aan toe, terwijl de Tempeliers op de folterbank over tooverij werden ondervraagd, en Jeanne d'A r c door de universiteit werd veroordeeld als toovenares 1). Zoo diep was dit kwaad ingeworteld, dat men de natuurlijke uitlegging der feiten niet eens beproefde 2).

3°. Natuurlijk moest in zulk een toestand het streven naar hervorming levendig worden. Op de eerste plaats komen de talrijke hervormende synoden. Reeds die van Vienne (1311—1312) vaardigde hervormende decreten uit 3). Veel werd er verhandeld over de oneenigheid tusschen secuheren en regulieren, wier ijver en privilegiën den eersten een doorn in het oog waren. Dat de synode van Pisa (1409) niets tot stand bracht en zoowel de eenheid als de hervorming in hoofd en leden tegenwerkte, ligt in haar revolutionnair karakter, dat verklaard kan worden door de moeilijkheden des tijds. Te Constanz (1414—1418) werden hervormende concordaten gesloten en hervormende decreten uitgevaardigd. Dat het geen ernstig streven was, bewijst de korte duur (5 jaar) der eerste en de zwakke uitvoering der laatste 4). Na een tijd van zooveel ellende ontbrak de kracht tot een ingrijpende hervorming. Daarenboven vergiste men zich in de middelen. Het decreet Frequens 5), *lat aUe tien jaar eene algemeene synode voorschreef, verzwakte de macht der Pausen, die het daarom niet ten uitvoer legden. Te Pavia-Siena (1423—'1424) kwam niets tot stand. Het hervormingsdecreet van Martinus V (142ö) drong niet voldoende door. Van de synode te Bazel (1431—1437) kon men zeker niets verwachten, wijl ze weldra opstond tegen Rome. De voortzetting van Ferrara—Florence (1437—1439) hield zich bezig met de unie der Grieken en andere oostersche kerken. In 1512 riep Julius II

*) Denifle et Chatelain, Le proces de Jeanne d'Arc et 1'université de Paris. Mem. d.1. société de 1'histoire de Paris, XXIV (1898) p. 1 ss.

2) Tijdens de reformatie nam het kwaad zelfs toe. Zie beneden. Imnart de la Tour, Le mouvement réformiste dans le catholicisme avant Luther, Correspondant, 1908.

3) Hefele, VI, S. 473 ff.

4) Hefele, VII, 332 ff. ; 349 ff. ; 351 ff.

5) Mansi, XXVII, p. 1159 ss.

Sluiten