Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

214

§ 126. Licht- en schaduwzijden.

de V synode van Lateranen (1512—1517) bijeen, maar stierf het volgend jaar. L e o X was niet de man voor een degelijke hervorming. Wel verschenen enkele hervormende decreten, maar ook deze bleven grootendeels een doode letter. Op het einde dezer synode nam in Duitschland de pseudo-hervorming een aanvang en vond, helaas ! meer ingang dan de ware.

4°. Niet alleen op algemeene en bijzondere synoden, maar ook door woord en geschrift werkten echt kerkelijk gezinde hervormers mede tot verbetering van hoofd en leden. In ons land verdienen vooral vermelding om hun heilzamen arbeid Gerrit de Groote (1340—1383), beroemd om zijn zegenrijke stichtingen en zijn vruchtbare prechking voor de hervorming van geestelijkheid en volk *): Florens Radcwijns (1350—1400) was een man van de daad, legde de plannen van deOroote ten uitvoer en deed zijn geest met dien zijns meesters voortleven in de hervormende werkzaamheden der Broeders van het gemeene leven en der Congregatie van Windesheim2). Thomas a Kempis (f 1471) had door zijn onsterfelijke werken en vooral door De Navolging van Christus grooten invloed niet enkel op zijn tijd, maar op alle volgende eeuwen 8). Een zeer gevierd hervormer en prediker was de bekende Joannes Brugman (t 1473). Wat hij beoogde blijkt uit zijn woorden: „Laat ons beklagen," zegt hij, „en beschreien den waardigen wijngaard der heilige Kerstenheid, die zoo jammerhjk verbijsterd wordt heden ten dage in menige menschen, vrouwen en mannen, in jongen en ouden, in heeren en onderzaten, in geestehjken en wereldlijken ; want velen hebben christelijken en geestehjken schijn«en zij leven daarin zoo jammerhjk. Och, laat ons Onzen Lieven Heer bidden, dat Hij alle goedwillige kerstenmenschen in deugden en in zijne gracie sterken wil en alle verdwaalde schapen op den rechten weg brengen en vooral die bevel hebben over de schapen en lammeren van Christus, opdat zij met ons en wij met hen in de minne

J) Grube, Gerhard Groot und seine Stiftungen, Köln 1883.

2) B. Acquoy, Het klooster van Windesheim en zijn invloed, Utrecht 1876, I, hoofdst. I—II.

8) Ed. Pohl, Freib. 1902 ss. Victor Becker, Thomas a Kempis schrijver der „Navolging". Jaarboekje van Alberdingk Thijm, Amsterdam 1907. Dezelfde, L'auteur de 1'imitation et les documents Néerlandais, La Haye 1882. Het geding van Ginneken—Huygen—Schoengen—Paul Hagen (Lübeck) is nog niet geëindigd.

Sluiten