Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 129. Regulieren.

231

Italië. Eerst in de 17e eeuw sloten zich twee kloosters in Tyrol en Beieren aan. Die van Rome en Viterbo bestaan nog heden.

c. Ook de derde congregatie ontstond in Itahë te Fiesole, werd gesticht door Carlo da Montegranelli (f 1417), had in haar bloeitijd 40 kloosters, maar werd door Clemens IX met de voorgaande vereenigd.

d. De vierde was een hervorming der Spaansche Hieronynietem, dankte haar ontstaan aan L o p e d'0 1 m e d o (f 1433) en drong ook in Itahë door. Terwijl de 7 Spaansche huizen zich in 1595 weder met de oorspronkelijke Spaansche congregatie vereenigden, bleven de 17 Itahaansche zelfstandig.

8°. De H. Birgitta (f 1373) stichtte de orde, die haar naam of ook dien van orde des Verlossers draagt. In 1344 bouwde zij een klooster te Wadstene in Zweden, waarin haar dochter, de H. Catharina van Zweden (f 1381), ten uitvoer bracht, wat de moeder had bepaald ; in het eene klooster woonden 60 zusters en in een ander, dat door de kerk van het eerste was gescheiden, 13 priesters, 4 diakens en 8 leekebroeders. De 13 priesters stelden de apostelen met den H. Paulus, de zusters met de diakens en leekebroeders de 72 leerlingen voor. De abdis had het hoofdbestuur over beide kloosters. Aldus bestond de stichting uit dubbelkloosters, zooals de orde van Fontevrauld en die van den H. Gilbertus (f 1189) van Sempingham in Engeland. De statuten der orde werden door Urbanus V (1370) en Urbanus VI (1379), die beiden menige verandering aanbrachten, goedgekeurd. Nieuw was de regel geenszins, maar veeleer een aanvulling van den Augustijner regel x). De Meeding zoowel der mannen als der vrouwen had een grijze kleur. De zusters droegen op den zwarten sluier een witte geborduurde kroon met 5 roode sterren ter eere der doornenkroon en der HH. wonden, de priesters op de linker borst een rood kruis met een hostie in 't midden; de diakens een witten cirkel en daarin een roode vlam en vier tongen ter gedachtenis aan de vier groote latijnsche kerkleeraars ; de leekebroeders een wit kruis met 5 roode vlekken ter herinnering aan de wonden van Christus. De grootste uitbreiding erlangde de orde in het noorden, later in Vlaanderen, Pruisen, Polen en Rusland, vervolgens in Itahë, Frankrijk en Duitschland. In ons land werden

l) Acta SS. Boll. Tom. IV. Oct., p. 419—422. Gomtesse de Flavigny, Saint e Brigitte, Paris 1892.

Sluiten