Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 130. Scholastiek.

239

Quodlibeta den naam van doctor facundus ontving1). Dan de Dominicaan Willem Durandus (f 1332) de St. Pourcain, professor te Parijs, vervolgens bisschop van Meaux. Men noemde hem doctor resolutissimus, omdat hij met groote stoutheid op de moeilijkste vraagstukken veelbetwiste antwoorden gaf. Het werk Gommentarius in libros sententiarum bevat zijn nominalistische strekking 2). De eigenlijke stichter der nominalistische school was Willem Occam (f 1347) leerling van Duns Scotus, daarna professor te Parijs, en eindelijk hoftheoloog van Lodewijk van Beieren. De zijnen vereerden hem als den venerabilis incoeptor et singularis doctor, sommigen zelfs als invincibilis. De universalia waren hem enkel verzinsels des verstands, de gedachten alleen teekenen der dingen. Met groote hevigheid bestreed hij zoowel Scotus als Thomas en bouwde een eigen systeem op 8). Zoo stonden drie scholen tegenover elkaar : het realisme (Thomisten), het formalisme (Scotisten) en het nominalisme (Occamisten). Grooten invloed oefenden de systemen niet alleen op de philosophie, maar ook op de theologie. Over de heele linie ontvlamde de strijd, die veel kracht nutteloos verspilde en de hoofdoorzaak werd van het verval der scholastische studiën. »

2°. Als Occamisten volgden hun meester twee Dominicanen : Amand de Beauvoir (f 1340) en Robertus Holcoth (f 1349), van wien de Parijsche universiteit eenige stellingen verwierp ; verder Joannes Buridanus, die commentaren op Aristoteles schreef, de vrijheid van den wil bestreed en als rector der Sorbonne (1327) de leer van Occam trachtte te verbreiden. Het nominalisme verdedigden nog Thomas Bradwardinus (t 1349), doctor profundus genoemd, kanseher van Oxford en aartsbisschop van Canterbury. Hij schreef het Liber de causa Dei. De vrome man dwaalde door God de oorzaak der zonde te noemen: Deus aliquo modo vult peccata, ut peccata sunt. Pierre d'Ailly (f 1425), reeds als hervormer genoemd, verdient zeker den naam van „Adelaar van Frankrijk" (aquila Franciae) niet. In zijn leer was hij minder solied en deed te veel aan astrologie 4). Hij schreef Quaestiones super libros (1, 2, 4) sententiarum, De anima, maar vooral over schriftuur en hervorming. Marsilius van Inghen (f 1369), rector der universiteit van Parijs,

J) Romae 1596—1605, 2 Tom. in fol. *) Antverpiae 1566. ») Ed. Lugdun. 1495.

*) Denifle, Introd. ad Tom. III, Chart. Univ. Par. p. XIX.

Sluiten