Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

256

§ 133. De Kerk en de letterkundige renaissance.

sche renaissance ook tal van kardinalen bedorven. Men denke aan de verkwisting en het ongeregeld leven van Rodrigo Borja, Ascanio Sforza, Balue, della Rover e, Sanseverino en Orsini. Later ontmoet men er Cesare Borja, Petrucci, Sauli, Riario, Soderini, Castellesi, Bibbiena en Bembo. Deze allen werden be-heerscht door den wereldschen geest der renaissance, die ten slotte den pausehjken stoel besteeg in Alexander VI en Leo X.

6°. Naar Duitschland bracht de eerste kiemen van het humanisme de dichter Petrarca, die in 1356 als gezant in Praag vertoefde en den kanseher des keizers overhaalde tot de studie der klassieken. Later kwamen ook Poggio en Vergerio naar Duitschland. Enea Silvio trad 1442 zelfs in de kanselarij van Frederik Hl, waar hij weldra leerlingen vond, onder anderen den weerbarstigen Gregorius van Heimburg, die humanistisch gevormd was. Een der eerste Duitschers was de beroemde kardinaal Nicolaus van Cusa (t 1464), oud-leerling van Deventer, wiens geest alle wetenschappen omvatte, maar ze gebruikte tot de verheerhjking Gods en het heil der zielen *). Uit denzelfden geest kwam voort de school der oudere humanisten, waarvan de voornaamsten studeerden te Zwolle 2). De eigenlijke stichter der school was Rudolphus Agricola, (1442—1485) te Baflo bij Groningen geboren. Hij studeerde te Zwolle en verwierf zoo groote kennis van het Latijn, dat hij de tweede Virgilius genoemd en zelfs in Itahë, waar hij eenige jaren vertoefde, bewonderd werd. Door zijn ijveren voor de klassieken is hij voor Duitschland geworden wat Petrarc a was voor Itahë ; maar hij overtrof dezen ver door zijn vroomheid en reinheid van zeden. Agricola werd te Heidelberg in het kleed der Franciscanen begraven 8) Znn leerling Alexander Hegius (t 1498), uit Westphalen, ging school bij de Broeders van het gemeene leven te Zwolle, werd 1469 rector te Wezel, 1474 te Emmerik en 1475 te Deventer. E r a s m u s noemde hem den hersteller der Latijnsche taal en Murmellius roemde zijn Grieksch. Groote kennis en vroomheid vereenigden zich in hem. In zijn laatste jaren reisde hij naar Sponheim, om de bibhotheek van

x) Trithemius, De vera studiorum ratione, fol. 2. 2) Schoengen, Die Schule von Zwolle, I Theil, Freiburg (Schweiz) 1898. s) R. Agricolae Opera, Col. Agr. 1539. Tresling, Vita et merita Rud. Agricolae, Groningae 1830.

Sluiten