Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 133. De Kerk en de letterkundige renaissance.

259

iemporibus missaeadJ. Reuchlin, Phorcenzem. Dit was zijn vrienden niet voldoende. E r a s m u s gaf een nieuwe uitgave van zijn Encomium Moriae (1515). Hutten en Crotus Rubeanus verdichtten een verzameling brieven, gericht aan Ortuinus Gratius, den humanistischen vertegenwoordiger der Keulsche theologen. Het zijn de beruchte Epistolae obscurorum virorum ad venerabilem virum Magistrum Ortuinum Oratium Daventriensem, Coloniae Agrippinae bonas literas docentem variis in locis et temporibus missae et in volumen coactae *). Het paskwil maakte ontzaglijk veel opgang. De Lamentationes obscurorum virorum van Gratius vermochten daartegen niets. Wel deed de opstand van Luther den twist weldra vergeten, maar de universiteit van Keulen herstelde zich niet meer van den slag, haar toegebracht door de humanisten van Erfurt. De ernstige mannen keerden zich van de opstandelingen af, die weldra met Luther de Kerk en de beschaving bestreden. Reeds vroeger was Desiderius Erasmus 2) (1536) ontgoocheld en hij verbet de revolutionnairen, van wie hij een nieuw leven had verwacht. Door zijn eerste opvoeding nog tot de vrome school van Deventer behoorend, gevoelde hij in zijn hart weldra een hevigen strijd tusschen wereldsche neiging en godsdienstig streven, humanistische geleerdheid en verlangen naar hooger volmaaktheid. Rust heeft hij nooit gevonden. Eerst ongelukkig in het klooster, dan ontevreden in de wereld, joeg hij met hartstocht ijdele eer na, werd het orakel van Europa, maar heeft het evenwicht van een groot karakter niet gekend. Door geest en kennis, door aanzien en invloed had Er as mus een beroemd voorvechter der Kerk kunnen zijn, doch hij onttrok zich aan dien strijd, bespotte eerst geestehjken en kloosterlingen, dan met nog grooter sarcasme de trouwlustige monniken, die het reine Evangelie verkondigden. Zijn eerste geschriften waren vroom. La zijn Enchiridion militis christiani viel hij het eerst de kerkehjken aan. Om Thomas Morusopte vroohjken in zijn ziekte, schreef hij in Engeland het Encomium Moriae seu Laus stultitiae, dat, ofschoon het zelfs door Leo X gaarne werd gelezen, ontzettend veel kwaad deed, vooral met de commentaren van Gerardus Listrius (1515). Hutten wees hij af {Spongia Erasmi adversus aspergines Hutteni, 1524) en geraakte ook in hetzelfde jaar met Luther

1) Als drukplaats was Venetië opgegeven.

2) Huizinga, Erasmus 1924.

Sluiten