Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK.

Kerkelijk leven en Kerkelijke kunst. § 134. Kerkelijk leven.

Funk, Die Entstehung der heutigen Taufform (Abhandl. und TJntersuch., Paderborn 1897, I, 478 ff.). Hoffman, Geschichte der Laienkommunion, Speier 1891. Paulus, Die Reue in den Deutschen Beichtschriften des ausgehenden Mittelalters (Zeitschr. f. Kath. Theol. 1904, S. 1 ff.). Frédéricq, La question des indulgences dans les Pays-Bas au commencement du XVI siècle (Extrait du Buil. de 1'Acad. de Belgique), Bruxelles 1899. Zanotto, Storia della predicazione nei secoli della litteratura itaüana, Modena 1899. Gasquet, Religious instruction in England during the XIV and XV century (Dublin Review, 1894). J. R. G. Acquoy, Het geestelijk bed in de Nederlanden vóór de Hervorming, 's-Gravenhage 1886. Dezelfde, Kerkliederen en Leisen (Archief voor Nederl. Kerkgesch., VI, 217 vv.). B&umker,De& Katholische Kirchenlied, Freiburg 1886. Dezelfde, Ein Deutsches geistl. Liederbuch mit Melodien aus dem XV Jahrhundert, Leipzig 1895. F. van Duyse, Het oude Nederlandsche lied enz., teksten en melodieën, 's-Gravenhage 1903 v. 3 Deelen.

1°. Het doopsel toegediend door de mdompeling bleef in de XIII eeuw bijna de eenige vorm. In de XIV ging de begieting (aspersio) wel een schrede vooruit, maar werd nog volstrekt niet algemeen, zoodat uit dien tijd meer getuigenissen bestaan voor den ouden dan voor den nieuwen vorm. Toch was deze laatste in de XV eeuw zóózeer toegenomen, dat de Grieken te Florence er over klaagden. Daarnaast werd nog de mdompeling vermeld op de synode van Passau (1470), te Würzburg (1482), Besancon in 1571. Vaak hing de vorm van het bestaande baptisterium af. In de protestantsche Agenden en in het Booh of common prayer

Sluiten