Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 134. Kerkelijk leven.

263

de kerk. Nog was het voorschrift, Mis te hooren in de parochiekerk niet opgeheven, maar raakte in onbruik. Eerst in 1517 verklaarde Leo X, dat alle geloovigen met in de kerken der Mendicantes de Mis te hooren, voldeden 2). Voor de beste oefening onder de H. Mis hield men de overweging van 's Heeren hjden. Maar ook hierin ging men te ver en noemde het een zonde, wanneer men gebeden las 3). Preutschheid kende men in de middeleeuwen nauwehjks. Maar toch klaagde men over onwaardig gedrag in de kerk. De priester gaf vaak het voorbeeld door tijdens de Mis nuttelooze gesprekken met leeken aan te knoopen. Men bracht honden, katten en valken mee ; ook de mannen hielden gewoonlijk het hoofddeksel op. Hoe gemeenzaam men omging met het heihge, toonen de Misparodieën, zooals Missa de potatoribus, Missa satyrica in honorem Bacchi, Missa potatorum et lusorum. Reeds de titels zijn stuitend voor ons gevoel 4).

3°. Nog bestond de openbare boete in de XIII eeuw 5). Ze raakte echter in verval en verdween allengs in de XV en XVI eeuw. Wel merkt men in verschillende synoden na de kerkvergadering van Trente een herleving op6), die echter niet duurzaam bleek te zijn. Daarentegen werden de volle aflaten zeer talrijk 7). De Paus verleende ze voor bijdragen tegen de Turken en niet zelden voor het bouwen van kerken. Als vereischte stelde men altijd den staat van genade en een aalmoes naar vermogen, terwijl dit laatste bij de armen in een ander goed werk werd veranderd. Bijna altijd noemden de Pausen dén aflaat „een volledige kwijtschelding aller zonden" (plenissimam onnium peccatorum veniam) 8), en bedoelden daarmede de vergiffenis der zonden en der eeuwige straffen door de biecht, de kwijtschelding der tijdelijke straffen, hier of hiernamaals in het vagevuur te ondergaan, door den aflaat. Ten aUen tijde was dit de leer der Kerk. Elke andere verklaring is onjuist 9).

x) Cf. Cap. 2 de par. et al. par. (3, 24).

2) Breve : Intelleximus, Buil. B., Tom. III, 3, p. 462.

3) Aldus J. Mauburnus in zijn Bosetum exercitiorum spiritualium. *) A. Franz, Die Messe im deutschen Mittelalter, Freib. 1902, An-

lage IV.

5) Summ Theol., P. III, Suppl. q. 28, art. 3.

6) Sess. XXIV, Cap. 8 de ref.

') N. Paulus, Gesch. des Ablasses im Mittelalter, 3 Bande, Paderborn 1922—1923.

8) P. Albers S. J, Het jubilé in de Middeleeuwen, Studiën, D. 54 (1900).

9) Archief van Kist en Rooyaards, D. IX, bl. 64 vv.

Sluiten