Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 135. Kerkelijke kunst.

269

ook Die Cancellier, waarin staat, wat der biechten toebehoort.

8°. Zeer veel droeg het geestelijk lied tot de volksonderrichting hij en was meer verspreid dan in onzen tijd. Vooral in de XV eeuw waren tal van verzamelingen bekend ; in Duitschland alleen verschenen er van 1470—1520 bijna 100. Ook in ons land x) werd er veel gezongen. Het waren verzamelingen van hymnen, hturgische gezangen, sequentiën, boetpsalmen, maar ook tal van oorspronkelijke hederen. Het geestelijk schouwspel2) was zeer gezocht en werd zelfs in dorpskerken opgevoerd.

Zeer talrijk werd soms het personeel, met name in de XV eeuw ; een stuk nam niet zelden meerdere dagen in beslag. Veel goeds werd er door bereikt. Ofschoon de spelers nu en dan satiriek tegen de geestehjken optraden, waren ze toch nimmer de Kerk vijandig, zelfs toen het spel meer tot het profane overging. Allengs verdrong de geestelijkheid dit drama uit de Kerk. Toch bleef het op vele plaatsen doorgaan in de XV en XVI eeuw : in Den Haag in 1401 ; te Utrecht bestond nog in 1418 de gewoonte met Driekoningen het spel van Herodes in den dom te geven ; te Lier in 1438 ; Damme in de XV eeuw ; te Leuven in de XV eeuw ; te Ostende nog in 1517 ; hetzelfde jaar in Den Bosch ; te Geraertsberge in 1548 enz.

§ 135. Kerkelijke kunst.

F. X. Krans, Synchronistische Tabellen zur christlichen Kunstgeschichte, Freib. 1880. Springer—Weissman, Geschiedenis der beeldende Kunst, De Renaissance, Leiden z. j. Adolf F&h, Grundriss der Geschichte der bildenden Künste, Freiburg 1897. Herder's Bilderatlas zur Kunstgeschichte, mit kurzer Uebersicht über die Kunstgeschichte, Freiburg z. j. Erich Frantz, Geschichte der christlichen Malerei, 2 Bde. Freiburg 1887—1894. Reusens, Archéologie chrétienne, II éd., 2 vols, Louvain 1885—1886. P. W. von Keppler, Aus Kunst und Leben, Neue Folge, Freiburg 1906. C. Ed. Taurel, De christelijke kunst in Holland en

x) Behalve de werken boven deze §, zie voor ons land nog 67. Kal]], Gesch. der Nederl. Letterkunde in de XVI eeuw, 2 deelen, Leiden 1889. Jonckbloet, Nederl. Letterkunde, II, 396 w. Moll, Johannes Brugman, Deel II. Knuttel, Het geestelijk lied, Botterdam 1906.

2) Wijbrands, in Studiën en Bijdragen, III, 193—293. 67. Kalf], Geschied, der Nederl. letterkunde, Deel 1—II, Groningen 1905 vv. Endepols, Het decoratief en de opvoering van het Middelnederlandsche drama volgens de Middelnederlandsche tooneelstukken, Amsterdam 1903.

Sluiten