Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

270

§ 135. Kerkelijke kunst.

Vlaanderen, Amsterdam 1889. Cuypers—Kalf, De Katholieke Kerken in Nederland, Amsterdam 1906—1913. E. Male, L'art francais de la fin du moyen-age, Revue d. d. mondes 1908. Dezelfde, L'art rel. de la fin du mayen-age en France, Paris 1909. Wörmann, Gesch. d. Kunst, Band III—IV, Leipzig 1918—1919.

1°. De bouwkunst dezer periode werd over het algemeen nog door de gothiek beheerscht (zie § 116). De kunstenaars der zuidelijke landen zijn eigenlijk nooit in het wezen der gothiek doorgedrongen en legden zich vooral toe op het decoratieve gedeelte. Het plan der Itahaansche gothieke kerken week nauwelijks van dat der oude basilieken af. Als voorbeelden kunnen dienen de St. Franciscuskerk te Pistoia en de St. Franciscuskerk te Cremona. Verder komen in aanmerking de dom van Florence in 1296, verbouwd in 1357 ; St. Franciscus te Assisië in de XHI eeuw ; de kathedralen van Siena (1259) en Orvieto (1290) ; het Campo Santo van Pisa en Santa Maria Novella te Florence (1278-1350). De voornaamste kerken der laat-gothiek zijn de dom van Milaan (1386) en St. Petronius te Bologna. Hetzelfde kan van de Spaansche gothiek worden gezegd. Heerhjke gewrochten zijn de kathedralen van Burgos met facade en koepel in laat-gothiek, van Toledo (XII eeuw), Leon (XIII eeuw), Barcelona (XTV eeuw). Tot de laat-gothiek behooren de kathedraal van Sevüla en de scheeve toren van Saragossa.

2°. Onder den invloed van het humanisme keerden de Itahaansche meesters weldra tot de oud-romeinsche vormen terug, welke niet werden gecopieerd, maar verwerkt en samengevoegd tot een nieuwen bouwstijl, de zoogenaamde renaissance. Haar karaktertrekken zijn : het tongewelf en de koepel; de terugkeer van de verticale tot de horizontale richting, van het ideëele tot het realistische ; de indruk der zware massa ; het oude metselwerk in de plaats van de steenhouwerij ; ten slotte groote, helverlichte ruimten met uitgestrekte muurvlakken, die door den schilder en beeldhouwer worden versierd, en de opoffering der constructie aan het aesthetisch effect. Uitgangspunt en middelpunt der nieuwe kunst was Florence, waar Brunellesco (1377—1446) in 1420 den koepel van den dom ontwierp en de nieuwe richting deed gelden in de basiliek van den H. L a u r e n t i u s. Van dezen schepper der renaissance is de sacristie van Santo Spirito, de schoone capella Pazzi aan Santa Croce. Op hem volgde Alberti (1402—1472), de

Sluiten