Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 136. Luther en de aflaatstrijd.

283

doen den opsteller kennen als een goed theoloog, die terstond had opgemerkt, dat hier geen sprake was van een schooltwist, maar van een opstand tegen de beginselen der boete en den aflaat1). Toch werden deze antithesen niet alleen door de studenten van Wittenberg openlijk verbrand, maar ook door Luther zelf van den kansel bestreden. Dezelfde dwalingen werden herhaald, andere erbij gevoegd en zijn tegenstanders met verachting behandeld. Tetzel op zijn beurt bewees, dat de leer van Luther met die van Wiclef en Hus overeenkwamen verklaarde kort daarop (April 1518) in 50 stellingen de onfeilbaarheid der kathoheke Kerk. Luther echter beweerde, aUes wat men bestreed te hebben ontvangen van God en verkondiger te zijn der reinste theologie. In hetzelfde jaar schreef Joannes Eek, kanunniktheologaal van Eichstadt, op aansporing zijns bisschops, Obelisci2) bij enkele theses van Luther, die zeer hartstochtelijk met zijn Asterisci antwoordde en door Carlstadt gesteund werd. Ook de Keulsche professor Jacob Hoogstraeten O. P. 8) schreef tegen Luther, maar richtte daarmee nog minder dan de anderen iets uit. April 1518 had er een openlijk dispuut plaats in het Augustijner klooster te Heidelberg 4), waar Luther de stellingen deed verdedigen, dat de natuur van den mensch door de zonde van Adam geheel is bedorven en daarenboven den vrijen wil heeft verloren. Velen zijner vroegere vrienden trokken zich terug 5), terwijl vooral onder het jongere geslacht het getal zijner aanhangers groeide.

5°. Dit laatste was de reden, waarom Luther ook in Saksen een openlijk dispuut trachtte te houden. Carlstadt6) zou Luther verdedigen tegen Eek. Deze weigerde aanvankelijk, maar gaf door Luther gedrongen eindelijk toe en bepaalde, dat de disputatie te Leipzig (1519) zou plaats hebben7). Litusschen

*) Der Katholik, 1860, I, 641—682; II, 129—165.

2) Ed. Jen. I, 31 ss. met de Asterisci. Wiedemann, Dr. Joannes Eek, Regensb. 1865.

3) Der Katholik, 1897, II, 160 ff. ; 1902, II, S. 22 ff.

4) Bauer, Die Heidelberger Disputation (Zeitschr. für Kirchengesch. 1901. S. 233 en 299).

6) „Peregrina illis videbatur theologia."

«) Barge, A. B. von Karlstadt, Leipzig 1905, 2 Teile.

') Ecciüs noster a me tentatus Augustae, ut cum Carlstadio nostro Lipsiae congrederetur pro componenda contentione, tandem obsecutus est. Luther bij de Wette, I, 216. Seitz, Der Authentische Text der Leipziger Disputation, Berlin 1903.

Sluiten