Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

288

§ 137. Luther tegenover Paus en Keizer.

kwam Luther te Worms1) aan. Den volgenden dag had het eerste verhoor plaats voor den keizer en den rijksdag. Op de vraag, of hij de daar aanwezige boeken had geschreven, bekende Luther; voor zijn herroeping vroeg hij bedenktijd, die hem werd toegestaan tot den volgenden dag. Den 18 April verdedigde hij zijn leer, trok in een zeer hevige rede los tegen de tirannen der Kerk en weigerde zijn dwaling te erkennen. Aan Cochlaeus.die hem vroeg : „Is het u geopenbaard" ? antwoordde L u t h e r na eenig talmen : „Het is mij geopenbaard" 2). Karei V drukte nu zijn spijt uit, niet vroeger tegen L u t h e r te hebben gehandeld en verklaarde kroon en leven te willen wagen tot behoud der religie en tot uitdelging der ketterij. Den 26 Mei onderteekende de keizer het Edict van Worms, dat met de scherpste bewoordingen L u t h e r in den rijksban deed en de verbranding zijner geschriften beval, hetgeen plaats had te Worms den 29 Mei. Behalve in de Nederlanden, op het gebied van de Habsburgers en enkele geestehjke vorsten, voerde men het edict zeer kwalijk uit. Luther zelf werd door de list zijns vorsten aan den rijksban onttrokken. „Bi laat mij opsluiten en verbergen", schreef L u t h e r uit Frankfort, „ik weet zelf nog niet waar. Er moet een korten tijd worden gezwegen en geleden". Niet lang daarna zond Frederikvan Saksen hem ruiters achterna, dieLutherin schijn overvielen en op den Wartburcht brachten. Terstond strooide men uit, dat hij een zeer wreede behandeling had ondergaan en zijn hjk in een bergkloof was gevonden. In werkehjkheid zat Luther op zijn „Patmos" in veiligheid onder den naam van jonker Georg3).

i) Acta Lutheri in comitiis Wormat., ed. Policorius, Vitehergae 1646. Hausrath, Aleander und Luther auf dem Reichstag zu Worms, Berlin

1897. . |g

») Dat Luther gezegd zou hebben : „Hie steh ich, ich kann nicht anders, Gott helf mir. Amen", is een verzinsel. Volgens öruner, Forsch. z. deutschen Gesch. 1886, 8. 141 ff., zeide Luther alleen : „Gott helfe mir. Amen."

») Förster, Luthers Wartburgjahr, Halle 1895. Theol. Stud. u Knt. 1897, & 271 ff.

Sluiten