Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 138. Luthers medehelpers en geschriften.

289

§ 138.

Luthers medehelpers en geschriften. Rijksdag van Neurenberg.

Janssen, II Band, S. 198—623. Schade, Satiren und Pasquillen aus der Beformationszeit, Hannover 1856 ff., B. I—HL Thesaurus libellorum (300) hist. reform, illustrantium, Leipzig 1870. Jörg, Devftschland in der Bevolutionsperiode (1522—1526), Freiburg 1851. Redlich, Der Beichstag von Nürnberg 1522, Leipzig 1822.

1°. Terwijl men te Rome nog beraadslaagde, trad Luthers lang voltooide afval van de Kerk altijd meer aan het daglicht. Een heel andere richting nam de beweging, toen bij zich aansloot bij de anti-kerkehjke humanisten en den revolutionnairen adel. De humanisten waren opgegroeid in den strijd en niet minder vaardig met het woord dan met de pen. Gelijk vroeger voor Reuchlin, zoo stelden zij thans al hun talenten voor Luther beschikbaar, zoodat de aanvankelijk zuiver theologische strijd allengs een geheel verschülend karakter kreeg. Aan de spits dezer strijders stond UlrichvanHutten1). Deze revolutionnair had eerst den strijd, als ijdel monnikengetwist, met medehjden aanschouwd. Na de disputatie van Leipzig zag hij echter, waartoe die monnik hem dienen kon. Luthers zaak was voortaan de zijne (1520). De dialoog Vadiscus of Romeinsche Drievuldigheid gloeit van haat en woede tegen Rome. De pausehjken zijn hem „reusachtige, naar bloed dorstende wormen".

„Wanneer Duitschland niet bij machte is," zegt hij, „dan moet de Turk het wraakgerecht aan Rome voltrekken. Daar is de groote schuur der wereld, waar alles wordt samengesleept. In het midden zit de onverzakehjke korenworm. Zullen de Duitschers niet naar de wapenen grijpen en aanvallen met vuur en zwaard" ? 2).

2°. Li 1519 had Hutten zich reeds aangesloten bij Frans van Stekingen (f 1523) 3). „Ons plan," zoo schreef hij, „zal niet worden volvoerd zonder moord en bloedvergieten." Na zijn pamfletten tegen den paus en de priesters, die hij als „bandieten" en „rooversbend^n" betitelde, hoopte hij, dat zijn gastheer Frans

*) Strauss, TJlrich von Hutten, 3 Bde, Leipzig 1858—1860.

!) Werckshagen, Luther und Hutten. Eine hist. Studie über das Verhaltnis Luthers zum Humanismus in den Jahren 1518—1520, Wittenberg 1888.

3) üllmann, Franz von Sickingen, Leipzig 1872. Vogt, Die Vorgeschichte des Bauernkrieges, Halle 1887. Der Katholiek 1877, Juliheft.

P. Albers, S. J. Kerkgesch. II. 19

Sluiten