Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 140. Inrichting der landskerken. Rijksdagen.

303

overheid tegen de boeren geprediktx). Nog heftiger verkondigde dit B u t z e r en gaf haar tevens het toezicht over den godsdienst. Het woord Gods moest veranderen met de gevoelens des vorsten, zoodat het volk na deze revolutie zoowel in het geestehjke als in het tijdehjke gethannizeerd werd.

§ 140.

Inrichting der landskerken. Rijksdagen.

Janssen-Pastor, Gesch. des deutschen Volkes, III B. (XVII—XVIII Aufl.), Freiburg 1899. Richter, Die evangelischen Kirchenordnungen des 16. Jahrh., Weimar 1846, 2 Bde. Pastor, Die kirchlichen Beunionsbestrebungen wahrend der Beg. Karsl V, Freib. 1879. K. Hoü, Luther und das landesherrliche Kirchenregiment, 1911.

1°. Sedert 1520 had Luther de grondslagen der Kerk trachten te ondermijnen en ten slotte alle kerkehjk gezag verworpen. Tegen den Paus en de kardinalen, „die leeraars des verderfs," had hij den keizer, de koningen en vorsten tot een bloedigen godsdienstoorlog opgeroepen. In 1523 was de oorlog verklaard tegen de Duitsche bisschoppen, die Frans van Sickingen op last van Luther zou aangrijpen en vernietigen. Maar het ondernemen mislukte. De kracht des adels werd gebroken, die der rijksvorsten nam toe. Wat later werd eveneens de kerkehjk-pohtieke revolutie des volks onderdrukt. En ook deze overwinning versterkte de vorsten des rijks. Luther, dié hen voorheen „de grootste dwazen en ondeugendste boeven der aarde" had genoemd, preekte nu met Melanchthon hun onbeperkte macht.

Had hij eerst aan de gemeente alle recht en macht over kerkehjke leer en eeredienst geschonken, weldra zag hij in, dat men op zulk een grondslag geen kerk en kerkehjke inrichting kan vestigen. Reeds in 1525 klaagde hij, dat er in Duitschland bijna zooveel geloofsrichtingen waren als hoofden : de een wilde geen doopsel, de ander geen H. Sacrament; hier zet men nog een andere wereld tusschen deze en den jongsten dag, daar leert men, dat Christus geen God

*) Janhen-Pastor, H, 620 ff. Corpus Reform., XX, 641—662.

Sluiten