Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

304

§ 140. Inrichting der landskerken. Rijksdagen.

is ; enz. Er is geen hoofd zoo dom, of het droomt, dat het van den H.' Geest inspraken ontvangtx). Met deze anarchie in geloofszaken ging het verval der scholen en milde schenkingen, de ondergang der schoolmeesters en predikanten, gepaard. Een algemeene verwildering des volks bleef niet uit.

2°. In dezen nood riepen de hoofden der nieuwe leer de wereldhjke macht te hulp en stelden hun kerk in dienst van den staat. Aldus ontstonden de landskerken der hervonning 2). De vorsten, de rijkssteden en magistraten zouden niet alleen het bestuur van de kerkehjke gemeenten en het kerkehjk goed aanvaarden, maar ook, onafhankelijk van eenige geestelijke macht, de geloofsleer onder de -willekeur van hun vorstelijk welbehagen stellen. Deze dubbele nieuwe leer : de onbeperkte macht over de onderdanen en de onderwerping der Kerk aan den staat verbonden met het vooruitzicht op de rijke goederen der Kerk trok een groot aantal vorsten tot het zuiver Evangelie. Openlijk traden terstond na de vernietiging der boeren tot de hervorming over : de grootmeester der Duitsche orde, Albrecht van Brandenburg, keurvorst Jan van Saksen, landgraaf Philips van Hessen, de markgraven C a si mir en Georg van BrandenburgCulmbach, de hertogen Philips, Otto, Ernst en Frans van Brunsw ij k-L tineburg, vorst Wolfgang van Anhalt enHertog Hendrik van Mecklenb u r g. Van de rijkssteden traden er elk jaar meer tot het nieuwe geloof toe. Ook zij onttrokken zich aan de bisschoppen, weigerden belasting, legden de hand op het kerkehjk goed en droegen de geestelijke jurisdictie der bisschoppen over op hun wereldlijken magistraat. Al deze vorsten en steden hadden het recht, niet enkel om de kerk van hun land te besturen, maar ook en vopral om de leer te wijzigen. Iedereen zou denken en gelooven zooals de landsheer. Hierin bestond het zoogenaamde jus reformandi : Cujus regio, ejus et religio. Luther, die aldus aan de vorsten in zijn kerkehjk drama de hoofdrol gaf, trad sedert 1525 meer op den achtergrond. Had hij vroeger gescholden en gewoed tegen de „tirannie van Rome", thans had hij even zooveel Pausen, despotische geweldenaars in Duitsch-

!) De Wette, TTT, 61. Brief aan die van Antwerpen.

>) Woltersdorf, Zur Geschichte und Verfassung der evangelischen Landes-Kirche, Greifswald 1891. Steker, Die rechtliche Stellung der evangelischen Kirche Deutschlands in ihrer gesch. Entwicklung bis zur Gegenwart, Leipzig 1893.

Sluiten