Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

308

§ 140. Inrichting der landskerken. Rijksdagen.

de hostiën, na de kerken te hebben geplunderd. In Hamburg Kwam men zelfs tot beeldstormerij Te Frankfort-aan-den-Mam overviel men de processie, waaraan de stedelijke raad deelnam. Kerkehjke sieraden werden openlijk verkocht. Neurenberg was ter prooi aan ontuchtige en nietswaardige predikanten. In zedenbederf overtrof men de heidenen, omdat men onder voorwendsel van het Evangehe niets zocht dan roem, rijkdom en zingenot. Van sacramenten kon geen sprake meer zijn. Het lagere volk zocht in het „Evangehe slechts gemeenschap van goederen en vrouwen.

50 Zooals te Neurenberg bevorderde de nieuwe leer ook elders het verval van tucht en zeden. „Ik leef in droefheid en klachten , schreef de Hessische hoftheoloog Frans Lambert, „want weinigen maken van de vrije belijdenis des Evangelies een goed gebruik Voor hefde kwam laster, leugen en afgunst m de plaats. Wij hebben wel afgebroken, maar wat hebben wij opgebouwd? ) Volgens Luther lagen de parochiën woest. Niemand gaf iets, memand betaalde. Opbrengst was er in 't geheel niet, of weinig. De gewone man telde den predikant of pastoor voor niets. De visitatie in Saksen (1527—1529) bracht niet veel goeds aan het hcht. De predikant van Lucka had drie vrouwen; een andere had bij twee gezusters zes kinderen. Van godsdienst wilden de boeren niets weten ; weigerden het Onze-Vader te leeren, omdat het te lang was. In zeker dorp kwamen slechts drie personen in de preek, in een ander legde men het pinksterbier in de kerk ; elders wilde men den predikant steenigen Melanchthon schreef aan Justus Jonas dat men de predikanten verachtte als „uitvaagsel en drek op straat . Zoo driest ruw en wild werd het volk, alsof het „Evangehe" was verkondigd, om aan slechte heden vrijheid tot de ondeugd te geven. Rondom Wittenberg ontving men het avondmaal niet meer ; tijdens de godsdienstoefening ging de bierkan rond. Indrukwekkend zijn de klachten van Luther: „de adel maakt van den predikant een stoker, een boodschaplooper, een brievenbode; zij ontnemen hem interest en inkomen, waarvan hij met vrouw en kind leeft, en toch zijn allen goed Evangelisch". „Het gaat overal zoo schandehjk en jammerlijk toe, dat ik niet gaarne meer den kansel beklim". „Er heerscht geen recht meer, maar louter moed-

i) SiUem, Die Einführung der Ref. in Hamburg, Halle 1886. *) DöUinger, Die Reformation, II, 18—19.

Sluiten