Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

312

§ 140. Inrichting der landskerken. Rijksdagen.

de Turken. Deze hoop werd niet vervuld. Eerst den 15 Juni kwam Karei te Augsburg aan en woonde den volgenden dag met groote pracht de Sacramentsprocessie bij. Den 20 Juni werd de rijksdag geopend. Eerst wilde de keizer beraadslagen over de hulp tegen de Turken, daarna over de bijlegging der kerkehjke twisten. Wijl nu echter de protestanten tegen den erfvijand der Christenen niets wilden toestaan, zonder daarvoor de uitgebreidste concessiën voor hun ketterij te ontvangen, werd de orde omgekeerd. Terstond trachtten de protesteerenden te bewijzen, dat zij zich volstrekt niet van de Kerk hadden gescheiden, maar alleen waren teruggekeerd tot het juiste begrip der Apostelen en HH. Vaders. Te dien einde bood men 25 Juni den keizer een geschrift aan, dat door Melanchthon opgesteld en door Luther goedgekeurd den naam van Augsburgsche Confessie (Confeaaio Auguatana) en later symbolische waarde ontving. Het eerste gedeelte bevat in 21 artikelen de protestantsche leer, het tweede in 7 hoofdstukken de misbruiken en menschehjke instellingen in de Kerk. Hieronder rangschikte men de communie onder ééne gedaante, de caelibaatswet, biechtdwang, de abstinentie- en vastenwet, de religieuze geloften en de bisschoppelijke macht Terstond bewerkten Eek, Cochlaeus, Dietenberger en Wimpina een Weerlegging der Confessie2) (Confutatio Augustana), die eerst, na vijfmaal te zijn overgewerkt, door de kathoheke stenden werd goedgekeurd. Hiertegen stelde Melanchthon zijn Apologie der Augsburgsche Confeaaie, waarin de geschilpunten, zooals in de Confessie, handig werden bedekt 8). De keizer en de kathoheke stenden streefden eerhjk naar den vrede en trachtten verder te onderhandelen, toen Philips van Hessen heimelijk den rijksdag ontvluchtte. De verdere zittingen leidden tot niets*).

i) Zöckler, Die Augsburger Confession hist. und exeget. untersucht, Frankf. 1870, Kolde, Die Augsburger Confession, Gotha 1896.

*) Ficker, Die Confutatio August, enz., Leipzig 1892.

*•) Het primaat werd niet vermeld; de synoden en Vaders nog als gezag erkend; in de rec'htvaardigmaking door het geloof het woord sola weggelaten ; in de Mis zeide men niet veel te hebben veranderd ; toch had men den Canon weggelaten !

«) Nog kwamen de Zwinglianen met een belijdenis bij den rijksdag in, die bekend is als de Confessio Tetrapolitana en ook door de kath. theologen weerlegd werd en voorgelezen. Zie Pdtzold, Die Confutation des Vierstadtebekentnisses, Leipzig 1900.

Sluiten