Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

318

§ 141. Smalkaldische bond. Dood van Luther.

6°. Middelerwijl groeide de Smalkaldische bond voortdurend aan en hield December 1535 een vergadering te Smalkalden, waar de overeenkomst 10 jaren verlengd en besluiten genomen werden tegen den vrede van Neurenberg. In 1536 begon ook Frankfort-aanden-Main de katholieken te verdrukken ; in 1537 werd het Evangehe in Augsburg ingevoerd. De bond wees een algemeene synode van de hand en deed zijn best om de Lutheranen en Zwinghanen aangaande de leer van het H. Sacrament tot eenheid te brengen en zoo de laatsten te winnen. Dit geschiedde door de Concordia van Wittenberg (1535), die zoo gesteld was, dat beide partijen ze konden uitleggen naar hun zin. Zelfs Luther legde zich daarbij neer en gaf dadelijk toe, dat ook de elevatie in de Luthersche Mis werd afgeschaft. Aldus versterkt ging men, niettegenstaande den bond der katholieke stenden te Neurenberg (1539), met de protestantizeering altijd voort. Na den dood van Georg van Saksen (1539) kwam diens broeder Hendrik aan de regeering, die tot den Smalkaldischen bond behoorde. Terstond begon de onderdrukking der katholieken, de afschaffing van de „papistische gruwelen en afgoderij." De theologen van Wittenberg raadden het gebruik van dwang en geweld auerdringendst aan en Luther berispte de regeering, dat ze niet terstond meer dan 500 pastoors, „giftige papisten" had weggejaagd. De universiteit van Leipzig moest Luthersch worden. Het plunderen van kerken en kloosters volgde van zelf. „De hovelingen gedroegen zich als begeerige raven" *). Terzelfder tijd trad ook het keurvorstendom Brandenburg in de protestantsche kerk. Een der ijverigste bewonderaars was Matthias van Jagow, bisschop van Brandenburg, die zijn vroegeren eed ergerhjk schond. Di 1540 het de keurvorst Joachim de nieuw kerkehjke orde afkondigen. Ceremoniën en gebruiken der oude Kerk bleven grootendeels bestaan tot rust en vrede des volks. Luther keurde dit niet goed, maar voegde zich daarnaar en schreef aan de predikanten: is de keurvorst met één koorkap niet tevreden, hangt er dan drie om. Kathoheken werden niet meer geduld. De geestehjke goederen kwamen aan den vorst en den adel2). In 1540 bracht men ook Riga met geweld tot de nieuwe

*) Leo, Gesch. der Reformation in Leipzig und Dresden, Leipzig 1834. Vgl. Hist. Pol. Bl. 1860, Heft 4—6.

a) H. v. Mühler, Gesch. der ev. Kirchenverf. in der Mark Brandenburg, Weimar 1846.

Sluiten