Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

322

§ 141. Smalkaldische bond. Dood van Luther.

pijnigde hem te zeer. Onder onnoemelijke zorgen en folteringen ging Luther op het einde zijns levens gebukt. Niettegenstaande den rasschen voortgang zijner ketterijen, klaagde hij bitter over het altijd toenemend bederf. „Wij leven in Sodoma en Babylon," schreef hij, „de toestand wordt dagelijks erger." Liever wilde hij voortdurend rondtrekken en gebedeld brood eten, dan te Wittenberg zijn laatste dagen vergallen. Twijfel, angsten en gewetenswroeging waren hem bekoringen en inblazingen des duivels. Zelfs de inspraken der rede schreef hij aan satan toe ; het geloof moest deze „bruid des duivels" overwinnen. In Januari 1546 ondernam Luther de reis naar Eisleben, om een twist der graven van Mansfeld te beslechten. Te Halle ergerden hem de monniken, die daar hun habijt nog droegen. Op den kansel eischte hij, dat men dit „boevenvolk" uit de stad zou jagen. Wat verder wekten de Joden zijn toom. Te Eisleben zou hij een preek houden tegen het Pausdom en een „opwekking tegen de Joden", toen de dood hem verraste in den nacht van den 18 Februari 1546 *).

10°. Aan de hervorming het Luther bij zijn dood de volgende leer : a. In zijn oorspronkehjken staat had de mensch alleen natuurlijke gaven. De booze begeerlijkheid, die tot het wezen des menschen behoort, is de erfzonde. 6. Door de erfzonde ging de vrije wil verloren, c. De rechtvaardigmaking is niet innerlijk, maar enkel een uiterlijk toerekenen der verdiensten van Christus, dat plaats heeft door het geloof, d. i. het vertrouwen op Christus' verdiensten ; dit geloof alleen is ter zahgheid noodzakelijk, de goede werken doen daartoe volstrekt niets. d. Het vagevuur, de aflaten en het onderscheid tusschen doodzonden en dagehjksche zonden wordt geloochend, e. Er zijn slechts twee sacramenten (doopsel en communie), die echter geen genade geven, maar enkel een teeken der rechtvaardigmaking zijn of des geloofs. /. In het Sacrament des Altaars is Christus, in en met het brood alleen op het oogenblik der communie, werkehjk tegenwoordig, g. De eenige geloofsbron is de

l) Het is niet voldoende bewezen, dat Luther den avond voor zijn dood op den muur schreef : „Pestis eram vivus, moriens ero mors tua papa." Toch komen gedachten en vorm van dit vers herhaaldelijk bij Luther voor. De zelfmoord van Luther is een fabel. Zie Paulus, Luther's Lebensende und der Eislebener Apotheker Johann Landau, Mainz 1896. Dan Luther's Lebensende, Freiburg 1898. Zie ook Janssen-Pastor, III Band (XVII—XVIII Aufl.), S. 599 : noot 4. Grisar S. J. Luther, Freiburg 1912, III B. 841—876.

Sluiten