Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

332

§ 143. Zwingli en Zwinglianisme in Zwitserland.

de opheffing der caelibaatswet en predikte tegen de traditie, de synoden, het primaat en vorderde de communie onder beide gedaanten. Weldra trad Zwingli in het huwelijk en zond aan alle geestehjken zijn Inleiding in de nieuwe leer. Op zijn voorbeeld namen nu tal van geestelijken een vrouw. Znn aanhang groeide bij den dag.

2°. De leer die Zwingli aan zijn volgelingen gaf, is pantheïstisch, en fatalistisch. De godheid is het wezen aller dingen, die door emanatie uit God zijn voortgekomen. Het schepsel is niet vrij, maar in de hand Gods wat het werktuig is in de hand des kunstenaars. God is derhalve de oorzaak van aUes, ook van het kwaad, de zonde. Zonde is elke overtreding der wet, ofschoon de mensch van zijn vrijheid beroofd ze noodzakelijk pleegt. God zondigt niet met den mensch tot de zonde te dwingen, omdat voor Hem geen wet bestaat. De kiem van alle kwaad in den mensch is de eigenhefde. De erfzonde is de neiging tot het kwaad, een ziekte der natuur, die ook door het doopsel niet wordt weggenomen.' Wn'1 alles uit God is voortgekomen, keert alles tot God terug. Zwingli verwierp de gansche inrichting der Kerk en stelde een democratisohe in de plaats. Het doopsel was hem slechts een teeken der opneniing in de Kerk, die alleen uit uitverkorenen bestaat. Het Sacrament des Altaars is enkel brood en wijn, een herinnering aan de vereeniging met Christus. De godsdienstoefeningen bestonden in preek en de uitdeeling van het avondmaal.

3°. Aanvankelijk hadden de andere Duitsche kantons de leer van Zwingli verworpen en zonden zelfs een gezantschap naar Zürich om den raad der stad te bezweren, toch het oude geloof niet te verlaten. Deze stoorde zich daaraan niet en richtte in 1525 een staatskerk op volgens de leer van Zwingli. De kathoheke godsdienst werd afgeschaft en wat daaraan herinnerde, geroofd of vernield. De goederen van stichten en kloosters naastte de stad Zürich. Een streng verbod vaardigde men uit tegen Mis-lezen en hooren. Weldra breidde de ketterij zich ook over andere kantons uit. Bern nam in 1528 het Zwinglianisme aan en het zelfs de beeld stormers vrij in hun woest geweld. Te Bazel werkte vooral 0 e c olampadius2) voor de nieuwe leer en ontving weldra hulp van den woesten beeldstormer en predikant Willem Farel, later

1) Baur, Zwinglis Theologie, ihr Werden und ihr System, 2 Bde. Halle 1885—1888.

2) Hagenbach, Joh. Oekolampadius und Myconius, Elberfeld 1859.

Sluiten