Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 143. Zwingli en Zwinglianisme in Zwitserland.

333

ook van de professoren Munster en Grynaeus1). Nauwelijks had men de vrije uitoefening der ketterij afgedwongen (1527), of men hervormde met zulk een ijver, dat in 1529 reeds de oude leer met geweld werd onderdrukt. De beeldenstorm was zoo hevig, dat E r a s m u s vertoornd de stad verhet. Hetzelfde had plaats te Mühlhausen (1528), te Appenzell, te Glarus en Schaffhausen (1528). Li het begin van 1529 voerde de burgemeester Vadianus2) van St. Gallen het Zwinghanisme in en het de beeldstormers hun woede koelen aan de heerlijke kerk der abdij. Op de bemerking, dat deze kerk niet aan de stad behoorde, antwoordde men : „Het Evangehe geeft recht op alles." De kantons Luzern, Uri, Schwyz, Unterwalden, Zug, Wallis en Freiburg bleven het katholiek geloof getrouw.

4°. Het fanatisme van Zwingli en de zijnen, die de kathoheken voortdurend tot afval van het geloof trachtten te brengen, beleedigden en sarden, moest tot een oorlog leiden. Het dispuut te Baden (1526) had de kathoheken bevestigd, de ketters verbitterd. Reeds in 1527 sloten de Zwinglianen een verbond met Constanz, waarmee het jaar daarop Bazel, Bern en andere kantons zich vereenigden. De kathoheken van hun kant waren op verdediging bedacht en sloten met koning Ferdinand het verbond van Wallis (1529). Het kwam echter voorloopig nog tot een minnelijke schikking te Kappel (1529). Toch werd dit verdrag door die van Zürich niet lang onderhouden. Met geweld trachtten zij de omliggende plaatsen te protestaniseeren : de „afgodendienst", „de Baaispriesters" moesten worden uitgeroeid. In fanatieke taal zette vooral Zwingli den raad van Zürich tegen de kathoheken op. Tevergeefs riepen dezen de hulp van den keizer en den Roomsch-Koning Ferdinand in. Voor het behoud des geloofs waagden zij eindelijk alléén den strijd. Den 11 October 1531 kwam het tot een bloedig gevecht bij Kappel, waar de Zwinghanen werden verslagen. Ook Zwingli sneuvelde met nog 7 predikanten 3). Luther zag in de zegepraal der kathoheken een straf des Heeren. De taak van Zwingli nam Bullinger*) op zich, terwijl voor Oecolampadius,

1) Chenevière, Farel, Froment, Viret, réformateurs, Genève 1835.

2) Arbenz, Joachim Vadian im Kirchenstreite (1523—1532), St. Gallen 1905.

3) Hyrvoix, in Revue des quest. hist. 1902 (LXXI), p. 494 ss.

4) Schulthess-Rechberg, Bullinger der Nachfolger Zwinglis, Halle 1904.

Sluiten