Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

356

§ 148. Lijden van Ierland.

godsdienst toe en veiligheid hunner goederen. Bijna niets werd echter door den stadhouder, Lord Strafford, onderhouden; nog minder door de vijanden des konings, zoodat van 1625—1649 tot 2500.000 morgen land werden verbeurdverklaard. Het wanhopig verzet werd door Cromwell neergeslagen1). De rijke grondbezitters plaatste hij over naar Connaught, om hun goederen te geven aan protestanten. Omtrent 5.000.000 morgen werden aldus aan de Ieren onttrokken. Daarbij stelde men een prijs op het hoofd van een bisschop, een monnik en een schoolmeester. Men berichtte naar de verschillende hoven, dat Engeland gaarne wervers zag komen naar Ierland ; weldra waren 34.000 Ieren aangenomen voor de legers van Frankrijk, Spanje en Polen. Onder Karei H en Willem III van Oranje hadden nieuwe confiscaties plaats. Koningin Anna nam nog 1.000.000 morgen bouwland weg, zoodat er in het gansche land slechts voor de kathoheke Ieren overbleef.

2°. De knevelarij der XV111 eeuw vindt in de geschiedenis nauwelijks haar weerga. De kathoheke Ieren moesten de geestehjken zelf onderhouden en de jura stolae betalen aan de staatskerk. Een kerk te bezitten was hun verboden, zoodat zij zich moesten tevreden stellen met een kapel zonder toren of klok. Voogd kon de kathohek niet zijn; hij mocht geen school houden, noch een buitenlandsche bezoeken. Bijna alle rechten had hij verloren ; hij kon rechter zijn noch advocaat, geen hoogere plaats bekleeden in het leger, had geen burgerrecht in de steden, mocht geen wapenen dragen en was beroofd zoowel van het actieve als passieve kiesrecht. Werd de oudste zoon eener katholieke familie protestant, dan viel hem de gansche erfenis ten deel. Geen kathohek kon grond koopen of ontvangen van een protestant, zelfs niet langer dan voor 30 jaar huren; steeg de opbrengst, dan werd ook terstond de pachtprijs verhoogd. Ieder protestant kon bij het gerecht een klacht indienen tegen de overtreding dezer verordeningen en ontving de bezitting, wanneer de aanklacht gegrond was. Een kathohek koopman moest een bijzondere belasting opbrengen en mocht zich slechts voor een bepaalden tijd vestigen in de stad. Van alle industrieelen en handwerkers was het enkel den linnenwever geoorloofd meer dan één leerling te hebben. Het paard van een Iersch kathohek kon ieder protestant overnemen voor 5 pond, ook wanneer het een veel

l) Irwin, A history of presbyterianism in the south and west of Ireland, London 1890.

Sluiten