Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

358

§ 149. Hervorming in de Nederlanden.

kaat van Spaansche wol, stegen Kortrijk, Doornik en Rijssel tot grooten rijkdom door een uitgebreiden lakenhandel, Brussel door zijn tapijten. Hetzelfde kan gezegd worden van de noordelijke steden ; in het bijzonder van Dordrecht, Leiden en Utrecht. Vooral wekte het bewondering, dat handel en nijverheid niet enkel in de steden, maar ook elders in de provinciën bloeide. In de rijke provinciën lagen 300 steden, 150 marktplaatsen en 6000 grootere dorpen1).

2°. Zooals gewoonlijk was ook hier weelde en zedenbederf het gevolg van den rijkdom. Noodlottig werkte reeds het zinnelijke hofleven der Bourgondische hertogen op den adel, die weldra eveneens feesten, gelagen, dobbelspel en erger tot tijdverdrijf nam en van heverlede diep in schulden geraakte. De burgers der rijke steden deden vaak in verkwisting en weelde voor den adel niet onder. Dat onzedelijkheid en uitspatting zulk een leven op den voet moest volgen, ligt voor de hand. De letterkunde der rederijkers droeg het hare daartoe bij. Ook de kerkehjke toestanden waren in de eerste helft der XVI eeuw niet gunstig. Een groot deel der geestelijkheid ontbrak het aan vorming, waarvan dikwijls lediggang en onzedelijkheid het gevolg was2). Het preeken en godsdienstonderricht werd verwaarloosd, de Zondag niet gevierd. Over de 17 provinciën stonden slechts vier bisschoppen, die, meestal uit adellijken of vorstelijken huize 3), meer eigen macht en aanzien dan het heil hunner kudde beoogden. Het volk leefde dan ook zóó ongodsdienstig en zedeloos, dat Maria van Hongarije, die 25 jaren als regentes deze gewesten bestuurd heeft, aan Karei V schreef, niet langer te willen leven onder een volk, dat geen eerbied meer betoonde voor God noch de menschen.

3°. De eerste en oudste sporen van een Nederlandsch protestantisme zijn te zoeken bij de fanatieke wederdoopersche sekten. Eerst later kwam het echte Lutheranisme. Wat later zagen ook de Calvinisten, die uit Genève of uit Frankrijk herwaarts terugkeerden of kwamen, zich weldra door een groot getal leerlingen omringd. De laatst aangekomenen zouden weldra de eersten

1) Guicciardini, Descrizione di tutti i Paesi-Bassi, Anversa (Plantijn) 1588.

a) Zie vooral Fruin, Wederopluiking in Verspreide Geschriften, III, bl. 252—260.

3) De Croy's, de Bergen's en de van der Mark's hadden bijna altijd de zetels bezet.

Sluiten