Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 149. Hervorming in de Nederlanden.

365

vrede, hernieuwde beeldstormerij en plundering onder de veldheeren Hohenlohe, Sonoy en Jan van Nassau dreven de kathoheke bevolking tot een wanhopig verzet. Maar de partij der Desperaten werd overwonnen. Overijsel ging in 1580 tot de Vereenigde Provinciën over; Groningen eerst veel later. In December 1581 werd de openbare uitoefening van den kathoheken eeredienst verboden. Oranje door Philips vogelvrij verklaard, werdin 1584 door Balthasar Gerards te Delft vermoord1).

9°. Het Calvinisme dat reeds eenige jaren voor 1566 als hervormde kerk ten onzent werd gevestigd, maar aanvankelijk voor het Lutheranisme moest onderdoen en ook door Willem van Oranje niet werd begunstigd, was bij zijn dood de heerschende kerk2). Wel hielden de Calvinisten in 1571 de eerste nationale synode nog te Embden, doch het jaar daarop kwam reeds te Hoorn een particuliere Calvinistische synode bijeen 3). Alom vormden zich nu in Holland en Zeeland hervormde gemeenten, zoodat men moest omzien naar meer predikanten. Deze werden betaald uit de rijke goederen en fondsen der oude Kerk, die in het voorjaar van 1573 aan den staat waren getrokken. Li 1574 werd de universiteit van Leiden gesticht, vooral „om gheleerde ende waerdige herders te formeeren" 4). De tweede nationale synode van Dordrecht (1578) die van den grooten vooruitgang van het Calvinisme getuigde, handelde reeds over bijbelvertaling en psalmberijming, scherpte het vasthouden aan de Confessie en den Heidelbergschen Catechismus in en zag de scheiding der Waalsche en Nederduitsche gemeenten. In Gelderland richtte Jan van Nassau het Calvinistisch kerkwezen in en hield er de eerste synode (1579) 5). Li Utrecht werd de Calvinistische inrichting door Dathenus begonnen. Het kostte hem niet geringe moeite, zijn kerk te vestigen

x) Rob. Fruin's Verspreide geschriften, II, bl. 65—117.

a) Dr J. W. Pont, Nieuwe bijdragen tot de kennis van de Geschiedenis van het Lutheranisme enz., I Deel, Schiedam 1907.

s) Dr. Th. van Oppenraaij, La doctrine de la prédestination dans 1'église réf. des Pays-Bas. Louvain 1906. E. Doumergue, Jean Calvin, les hommes et les choses de son temps. Tom, IV : La pensee religieuse de Calvin, Lausanne 1910. Bohatec, Calvinstudien. Festschrift zum 400. Geburtstage Johann Calvins, Leipzig 1909.

4) Schotel, De Academie te Leiden in de 16, 17 en 18e eeuw, Haarlem 1775.

5) Lit. der Herv. zie Cramer—Pijper, Bibliotheca Ref. Neerlandica, I—X, Den Haag 1903—1914.

Sluiten