Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 149. Hervorming in de Nederlanden.

367

de Staten van Holland in te dienen. Dit stuk, waarnaar zij Remonstranten werden genoemd, keerde zich tegen de praedestinatieleer van C a 1 v ij n en ontvouwde die der Arminianen (Juni 1610). Het volgend jaar dienden de Gomaristen een „Contra-Remonstrantie" in, waarin zij de leer der Arminianen met kracht afwezen en in 't vervolg Contra-Remonstranten heetten1). Nu ontvlamde de strijd tusschen beide partijen met vernieuwde heftigheid en de gisting bestond weldra in het gansche land. Hadden de ContraRemonstranten het grootste aantal predikanten op hunne hand, de Remonstranten werden gesteund door de meerderheid der Staten van Holland, Utrecht en Overijsel, benevens de meeste stedelijke regeeringen dezer drie gewesten en Gelderland. De conferenties van 1611 te 's-Gravenhage en 1613 te Delft hielpen niets, noch de resolutie van Januari 1614, waarin de Staten het zwijgen en verdraagzaamheid oplegden aan beide partijen. Was Oldenbarneveld voor de Remonstranten, M a u r i t s, die lang onverschillig was gebleven, begon naar het gevoelen der ContraRemonstranten over te hellen, te meer, omdat hij Oldenbarneveld niet meer vertrouwde en allengs diens pohtieke vijand was geworden 2). La 1617 schaarde hij zich openhjk aan de zijde der Contra-Remonstranten, terwijl Oldenbarneveld in hetzelfde jaar de „Scherpe Resolutie" doorzette, waarin hij een synode verbood en de rust met geweld dreigde te handhaven. Toch kreeg M a u r i t s zijn zin, zoodat de Staten-Generaal November 1617 met vier tegen drie stemmen besloten, dat er in 1618 een nationale synode zou worden gehouden. Ze kwam bijeen op den 13 November van dat jaar en is bekend als synode van Dordrecht s) (1618—1619). Bogerman zat de 180 zittingen voor, die werden bijgewoond door meer dan 100 leden. Na een vruchteloos twisten verkreeg de synode 1 Januari 1619 van de Staten-Generaal een resolutie, waarbij zij als rechtbank der Remonstranten erkend werd. Den 14 daarop dreef Bogerman aUe Remonstranten de zaal uit en de synode

*) De beide stukken bij O. Baudartius, Memoryen ofte oort verhael der gedenkweerdichste so kerckelijke als wereltlijke Gheschiedenissen van Nederland enz. Arnhem 1624, bl. 26—37.

a) Groen van Prinsterer, Maurice et Barneveld, Utrecht 1875. Vgl. Wenzelburger, Hist. Zeitschr. 1876, Heft. 2.

s) Acta Synodi nat. Dortr. Lugd. Bat. 1620. Acta et scripta synodalia Dortracena Ministrorum Remonstrantium, Herder—Wiioi 1620. Glasius, Geschiedenis der nationale synode, 2 dl. 1860.

Sluiten