Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 149. Hervorming in de Nederlanden.

369

vang, terwijl er volstrekt nog geen reden tot argwaan tegen de katholieken bestond, omdat dezen streden tegen den Spanjaard, zoowel in het leger als op de wallen der steden, en de Pacificatie van Gent (1576) de samenwerking beloofde van roomsen en onroomsch tegen den gemeenschappelijken vijand1). Later, door hardnekkige en kleinziehge plagerijen tot wanhoop gebracht, kon geen katholiek het geringste verzet aanteekenen2), of het had nieuwe plakkaten ten gevolge. De oorzaak der verdrukking was de nooit verzadigde haat tegen Rome. Het houden van godsdienstoefeningen was verboden. De priesters en zij, die daartoe hun huizen of schuren hadden geleend, werden zwaar beboet 3). De hooge geestehjken en uitheemsche regulieren moesten het land verlaten, gewoonhjk met verbeurdverklaring hunner goederen. Het grootste nadeel berokkenden aan de Kerk de plakkaten op het onderwijs: geen kathoheke inrichting van onderwijs, geen kathoheke boeken of drukkerijen waren geoorloofd. Het zenden der kinderen naar buitenlandsche collegiën werd op zware straffen verboden. Daarenboven moest het den kathoheken zeer hard vallen, uitgesloten te zijn van alle staatsbetrekkingen en ambten, als minderwaardig en onbevoegd beschouwd te worden twee eeuwen lang. Bitter was zulk een gevoel van vernedering, van verongelijking, van achterstelling. Erkende men in Holland en Utrecht elk huwehjk voor wettig, dat op het stadhuis was gesloten, zoodat de kathohek dan in het geheim voor den priester kon trouwen ; in andere provinciën daarentegen, in Zeeland, Gelderland en Groningen, had men de wreedheid, geen ander huwehjk dan dat in de gereformeerde kerk gesloten was, voor wettig te erkennen. Daar moest de kathohek, om zijn k'nderen te wettigen, een reis naar Holland of Utrecht ondernemen en er trouwen op het stadhuis, ofwel zij konden, na de sluiting des huwelijks voor den pastoor, het burgerlijk herhalen voor den predikant 4). Zelfs het omkoopen der ambtenaren hielp hier niet. Ten opzichte

x) De Calvinisten „montraient, en ravageant les temples, en maltraitant les ecclésiastiques, en interdisant la messe, ne vouloir s'arrêter qu' a 1'extirpation du papisme. La coalition croulait par sa base. La révolution, de nationale, était devenue populaire et religieuse." Groen van Prinsterer, Archives, VI, Introd. XXIX.

2) ,,Si 1'on ne peut se fier aux catholiques, c'est aux Reformés qu'en est- la faute." T. a. p. p. 676.

8) P. Albera S. J., De Sinte Teresiakerk op het Hooge Westeinde te 's-Gravenhage, 's-Gravenhage 1916.

4) Zie De Kathohek, Jg. 1908, I, p. 246 en noot 1.

P. Albera, S. J. Kerkgesch. n. 24

*

Sluiten