Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 160. Protestantisme in de overige landen.

373

legaat Antonius Possevinus S. J. gesteund, werd door 's konings broeder Karei verijdeld. Deze dwarsboomde ook de plannen van koning Sigismund LU van Polen, die om zijn ijver voor het kathoheke geloof door Karei van den Zweedschen troon werd gestooten (1604). Alle hoop op bekeering verdween. Kareis zoon en opvolger, Gustaaf Adolf (1611—1632) werd zelfs de held en verdediger van het Lutheranisme genoemd. Zijn dochter, Christina van Zweden deed afstand van den troon en bekeerde zich tot de ware Kerk x).

3°. Het koninkrijk Polen werd reeds door leerlingen van Luther bezocht. Sigismund I (1501—1548) verhinderde echter de uitbreiding der nieuwe leer. Niet zóó ijverig was Sigismund II (1548—1572), zoodat weldra alle sekten in Polen haar gemeenten hadden. De Lutheranen, Calvinisten, Zwinghanen en Socinianen vereenigden zich in 1570 (Consensus Sendomiriensis) en erlangden in 1573 vrijheid van godsdienst. Het hoofd der ketter sche beweging was Joannes van Lasco2). Voor de kathoheke leer heeft de beroemde kardinaal Sfanislaus Hosius groote verdienste 3). Hij bouwde een lycaeum te Braunsberg en gaf het aan de Jezuïeten, die zeer veel in Polen hebben gewerkt. Maar al was het gevaar der protestantizeering geweken, de godsdienstige twisten duurden voort en werden een der hoofdoorzaken van den ondergang des lands.

4°. In Hongarije4) maakten studenten van Wittenberg het Lutheranisme bekend. De adel sloeg terstond begeerige blikken op het kerkehjk goed en begunstigde de ketterij. De grootste prediker Matthaeus Devay, die in 1543 het Lutheranisme verliet en het Calvinisme omhelsde, hield in 1545 een synode van 29 predikanten. De leer van C a 1 v ij n kreeg meer en meer de overhand en werd in 1563 geformuleerd in de Confessio Hungarica. In 1561 kwamen de Jezuïeten naar Tyrnau. Al hadden zij aanvankelijk van de protestanten veel te hjden, de vrucht hunner vermoeienis was rijk. In 1583 trad de beroemde bekeerling Petrus Pazmany in de orde, die als missionaris, later als primaat en kardinaal het katholicisme

1) Friia, Königin Christine von Schweden, Leipzig 1899.

2) Pascal, Jean de Lasco, évèque catholique, réformateur protestant, Paris 1894.

») Eichhorn, Der ermlandische Bischof und Kardinal Hosius, Mainz 1854, 2 Bde. Berga, Pierre Skarga S. J., Paris 1916.

») Bod, Hist, Hung. ecclesiastica, 3 vol. Lugd. Batav. 1888—1890.

Sluiten